Stop een varken in je tankAuteur: Wim Busser‘Food for fuel’ is, met 800 miljoen mensen in deze wereld die honger lijden, niet te verdedigen. Voor de motor in plaats van de mond leidt tot spanning in de hele voedselketen. VION-dochter Ecoson produceert energie en biobrandstoffen uit slachtbijproducten. Uit een brandstof van de tweede generatie dus. Dat heet pas duurzaam.
Ecoson nam zijn nieuwe fabriek in Son begin vorige maand officieel in gebruik. VION’s kleindochter, die via moeder Sobel deel uitmaakt van VION Ingredients, produceert hier op een duurzame wijze groene energie, geraffineerd vet en biodiesel van categorie 3 dierlijke bijproducten uit de vleesverwerkende industrie. Daardoor is er sprake van tweede generatie biobrandstoffen en dus geen voer voor de discussie ‘motor of mond’.
GEEN CONCURRENT De nieuwe bedrijfsactiviteit in Son is een praktische toepassing van duurzaam ondernemen binnen VION. Ecoson omvat een vergistinginstallatie voor de productie van duurzame energie, een raffinage-unit voor dierlijke vetten en een biodieselfabriek. Met de bouw de productie-unit is een investering gemoeid van tien miljoen euro. Categorie 3 dierlijk vet wordt geproduceerd uit bestaande reststromen van de vleesverwerkende industrie. Daarmee concurreert de grondstofbehoefte van Ecoson dus niet met de voedselkringloop voor menselijke consumptie. In tegenstelling tot bijvoorbeeld palm- of raapolie wordt ook geen extra aanspraak gemaakt op landbouwareaal om in de grondstofbehoefte te voorzien. Alle Ecoson energie en –biobrandstof is dus duurzaam geproduceerd. Ecoson bespaart het milieu tot 4600 ton CO2-emissie per jaar.
50.000 TON VETTEN Bij Ecoson gaat het om een vergistinginstallatie voor de productie van duurzame energie, een raffinage-unit voor dierlijke vetten en een biodieselfabriek. Voor de raffinage en de biodieselproductie kunnen jaarlijks 50.000 ton dierlijke vetten worden verwerkt. De jaarlijkse productiecapaciteit bedraagt 8000 MWh elektriciteit (genoeg voor 2700 huishoudens) en 9000 MWh thermische energie uit biogas. De energie wordt ingezet voor de energie- en warmtebehoefte van de productielocatie van Ecoson en Rendac. Voorts worden uit de grondstoffen 50.000 ton geraffineerd vet en 5000 ton biodiesel gewonnen. Deze jaarproductie geraffineerd vet komt overeen met de aardgasbehoefte van 35.000 huishoudens. Geraffineerd dierlijk vet is een erkende energiebron voor bijvoorbeeld Warmte-Kracht Koppelingen (WKK’s). Het geraffineerde vet is dus bestemd voor WKK’s, gaat naar petfood- en kalvermelkproducenten en wordt voor bijmenging verkocht aan andere biodieselproducenten. De geproduceerde biodiesel wordt ingezet voor het eigen wagenpark en afgezet bij logistieke ondernemingen en olieproducenten.
DE VERGISTING In de vergistinginstallatie produceert Ecoson energie en warmte uit dierlijke restmaterialen als putvetten en slibben. Afhankelijk van de soort vindt eerst sterilisatie plaats. Aan de vloeibare, organische grondstof wordt een bacteriecultuur toegevoegd, die het gistingsproces in gang zet. De gasbelletjes, die hierbij gevormd worden, stijgen op in de tank. Ze worden afgevangen en getransporteerd naar de gasmotor. De voortdurend in beweging gehouden, doorgistende massa wordt continu doorgepompt naar de andere tank waar het navergist. Zo wordt de maximale hoeveelheid biogas geproduceerd. Het zogenaamde digestaat blijft over en wordt gedroogd. Elektriciteitscentrales zetten dit in als biomassa voor de productie van groene stroom. Biogas is grotendeels methaan, dat identiek is aan aardgas en dus brandbaar. Hierdoor kan het biogas uiteindelijk worden omgezet in duurzame elektriciteit en warmte.
DE RAFFINAGE De eerste stap in het bewerkingsproces van dierlijke vetten tot biobrandstof is de reiniging. Het ruwe vet wordt gewassen en gecentrifugeerd, maar het aandeel vrije vetzuren, die corrosief zijn en motoronderdelen aantasten, is nog te hoog. Door raffinage en destillatie worden de vetten van de vetzuren gescheiden. De vetzuren worden in stoomketels ingezet voor duurzame energieproductie. Het geraffineerde (ontzuurde) vet kan worden opgeslagen of door middel van een chemisch omesteringsproces verder worden verwerkt tot biodiesel. Het omesteren, een reactie waarin een ester wordt omgezet in een ander ester, wordt in gang gezet door toevoeging van methanol aan het gezuiverde vet. De eindproducten zijn biodiesel en glycerine. Laatstgenoemde kan worden toegepast als biobrandstof en heeft verschillende technische toepassingen. Hoewel geraffineerd vet op zich al een breed inzetbare en duurzame brandstofsoort is, gaat biodiesel nog een stapje verder. Biodiesel is namelijk geschikt voor verbranding in gangbare dieselmotoren. Het wagenpark van VION-dochter Rendac gaat bijvoorbeeld rijden op honderd procent biodiesel van Ecoson.
INGEBAKKEN ,,Als VION Food Group bedienen we elke dag 100 miljoen consumenten. Dat houdt een grote verantwoordelijkheid in voor de gezondheid van mens en dier,” zegt Daan van Doorn, CEO van VION Food Group. ,,Duurzaamheid is geen streven op zich, maar zit bij ons ingebakken.” Wat is begonnen als het onschadelijk maken van restproducten uit de veehouderij, zoals kadavers, heeft geresulteerd in het tot waarde brengen van de reststromen binnen VION Ingredients. ,,Duurzaamheid in optima forma,” aldus CEO Van Doorn, die het omzetten van de bijproducten in water en energie ziet als de laatste stap in dit verwaardingsproces.
Mond of motor De productie en de verwerking van landbouwproducten voor energie mogen niet ten koste gaan van de voedselproductie. Dat is het standpunt van onze minister van LNV, verwoord door directeur-generaal Burger tijdens de opening van Ecoson. ,,Wanneer we in een situatie raken, waarbij het één gaat concurreren met het ander, dan is mijn keuze duidelijk,” zegt Annemarie Burger. ,,Achthonderd miljoen mensen lijden honger. Daarin hebben wij een gedeelde verantwoordelijkheid. Zodra deze belangen met elkaar dreigen te conflicteren, kies ik voor de mond en niet voor de motor.”
| |
Trefwoordenlijst voor meer informatie |