Online uitgaven

Voedsel volgens Verburg

Auteur: Wim Busser/PVE

Landbouwminister Gerda Verburg gaat voor duurzaam voedsel. Daarom zet haar ministerie in op vergaande verduurzaming van de productie en het aanbod, waarbij het de gehele keten wil betrekken. ,,Wil de consument voor duurzaam voedsel kunnen kiezen, dan moet dat aanbod er ook zijn,” aldus de minister. Met behulp van intensieve voorlichting wil Verburg de consument tot de keuze voor duurzaamheid verleiden.

Duurzaam is voor de minister van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit een productie en consumptie met respect voor mens, dier en milieu. Haar streven is erop gericht dat Nederland over 15 jaar mondiaal koploper is in de verduurzaming van de voedselproductie.
Concrete ambitie is dat tegen die tijd het dier centraal staat in de Nederlandse veehouderij. Dat stallen en bedrijfsvoering om het dier zijn heengebouwd op een wijze die de samenleving accepteert. Internationaal en met name in EU-verband zet Nederland verbetering van het dierenwelzijn op de agenda.
De milieubelasting door broeikasgassen, ammoniak, fijnstof en geur ziet Verburg dan verregaand geminimaliseerd. Bedrijfsvoering en brede toepassing van nieuwe technologieën zorgen voor een nagenoeg gesloten productiecyclus. Voer-mestkringlopen zijn grotendeels gesloten. Qua ecologische voetafdruk zijn biologische en gangbare voedselketens naar elkaar toegegroeid.

BEWUSTE KEUZES
Retail, catering en horeca nemen uitsluitend voedselproducten af die duurzaam geproduceerd zijn. Samen met overheid en producenten stellen zij consumenten in staat om snelle, bewuste en verantwoorde keuzes te maken.
Duidelijke labels en voorlichting over productiewijzen en gezond en veilig eten zijn wijdverbreid. Maatschappelijke organisaties, ketenpartijen, consumenten en overheid voeren een dialoog, die gericht is op voortdurende verduurzaming en op de kwaliteit van ons voedsel. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid biedt ruimte voor duurzame ambities en de innovatiedrang van Nederland.
Ook het Nederlandse bedrijfsleven, inclusief retail en foodservice, laat zich niet door nationale grenzen beperken. Het promoot zijn standaarden voor people, planet en profit in het buitenland en zet zich hiervoor internationaal in.

SOCIALE INTERACTIE
De concrete invulling van deze visie moet, aldus de minister, komen vanuit het samenspel tussen een actieve (inter)nationale overheid en ketenpartijen. De sociale interactie in de samenleving speelt daarbij volgens haar ook een grote rol. Het gaat om geleidelijke ontwikkelingen en processen die een vaste koers, geduld en partnerschap met vele stakeholders vragen.
Een duurzaam voedselsysteem bestaat niet. Volgens LNV gaat het om een voortdurend proces van verduurzaming, dat flexibel, vitaal en innovatief is. Maatschappelijke eisen aan wat duurzaam is, veranderen met de tijd. Waar het om gaat is dat optimaal aan de voorwaarden op het gebied van people, planet en profit is voldaan.
Dat betekent voor de LNV-minister een geborgd niveau van voedselveiligheid en –zekerheid, een verantwoord gebruik van het ecosysteem, een optimaal sociaal welzijn van de werknemers, een verantwoorde omgang met productiedieren en een stimulerend aanbod voor duurzame en gezonde keuzes van consumenten.

STIMULEREN EN VERLEIDEN
Het ministerie van LNV zal vooral stimuleren, randvoorwaarden scheppen en instrumenten zoals kennis en onderzoek beschikbaar stellen. Zijn instrumenten richt LNV op het stimuleren van duurzame innovaties in het Nederlandse agrofoodcomplex en het in staat stellen en verleiden van consumenten tot duurzame en gezonde voedselconsumptie.
Wat de duurzame innovaties betreft, gaat het daarbij om een gezamenlijke sturing op versnelling van de verduurzaming via het Platform Verduurzaming Voedsel. Om onderzoek, zoals de lopende onderzoeken naar systeeminnovaties en –interventies. Om kennis- en innovatiegeld voor verduurzaming van het voedsel, waarbij ook de Food Valley een belangrijke rol kan spelen.
Om stimuleringsgelden voor onder meer netwerken van innovatieve ondernemers en maatschappelijke organisaties en het bevorderen van duurzame grondstoffenketens voor bijvoorbeeld soja of alternatieven voor niet-duurzame grondstofketens. Ook wil LNV de ontwikkeling, opschaling en marktintroductie ondersteunen van nieuwe, duurzaam geproduceerde producten.

HERKENBAAR AANBOD
Het stimuleren van duurzame, plantaardige alternatieven voor dierlijke producten is één van de doelen, waarvoor het landbouwministerie voornoemde instrumenten wil inzetten. Het gaat dan om verbetering van het aanbod van gangbare vleesvervangers en om producten op basis van bijvoorbeeld algen, insecten en wellicht kunstvlees.
Niet minder relevant is het onderzoek naar alternatieven voor soja als eiwitbron voor veevoer en het terugdringen van voedselverspilling. De inzet daarbij is om in 2015 de voedselverspilling in de hele keten met minimaal 20 procent te hebben verminderd. Het tot meerwaarde brengen van de afvalstromen in de keten is daarbij een voorwaarde. In dat kader wordt ingezet op een herbezinning binnen Europa van het verbod op het gebruik van diermelen.
De vraag van consumenten naar duurzaam voedsel kan vergroot worden als het aanbod herkenbaar is voor de consument. Die herkenbaarheid kan volgens minister Verburg worden verbeterd. Zij trekt geld uit voor ‘groen’ onderwijs, voor bewustwordingscampagnes, voor activiteiten speciaal gericht op de jeugd, voor heldere informatievoorziening met eenduidige keurmerken en voor het stimuleren van initiatieven in de samenleving die aandacht vestigen op gezond en duurzaam voedsel.

DUURZAME ONTWIKKELING
De nota Duurzaam Voedsel van het landbouwministerie past binnen het streven van het kabinet naar een duurzame ontwikkeling. Eerder verschenen nota’s over dit onderwerp zijn ‘Landbouw, Rurale Bedrijvigheid en Voedselzekerheid’ van de ministers van Ontwikkelingssamenwerking en LNV en ‘Gezonde voeding van begin tot eind’ van de ministers van VWS en LNV. In de ‘Kabinetsbrede Aanpak Duurzame Ontwikkeling’ is voorts het thema ‘Biodiversiteit voedsel en vlees’ opgenomen als een van de 6 duurzaamheidsthema’s.

Duurzamere vleesproducten
In de beleidsagenda ‘Duurzame Voedselketens’, waarmee de ministers van LNV, VROM en OS invulling geven aan de voedselpoot van de Kabinetsbrede Agenda Duurzame Ontwikkeling (KADO), wordt gesproken over een duurzamere productie van vlees en zuivel, maar ook over een toename van de consumptie van vleesvervangers.In samenwerking met stakeholders wordt gewerkt aan het stimuleren van duurzamere vleesproducten, zoals de Volwaard-kip.
Verder komt er onderzoek naar welke grondstoffen, technologieën en bedrijfstakken de meeste kansen bieden voor alternatieven voor vlees, zoals algen, insecten of kweekvlees. Ook wordt onderzocht welke consumenten en marktfactoren bepalend zijn voor een succesvolle introductie van vleesvervangers. Voor dit onderzoek is 6 miljoen euro beschikbaar uit het Programma Innovatie Eiwit Ketens.


 
Trefwoordenlijst voor meer informatie