Online uitgaven

Interview Paul Jansen

Auteur: Wim Busser

Duurzaamheid is één van de pijlers onder de strategie van VION, de boergenoteerde onderneming met als enige aandeelhouder de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie. ,,We moeten dus niet alleen een adequaat financieel resultaat halen, maar hebben tevens oog voor de continuïteit van de bedrijven van onze leveranciers in de primaire sector,” aldus drs. Paul Jansen.Paul is director Corporate Public Affairs Agri bij VION. ,,Ik moet af en toe op mijn visitekaartje spieken om het goed uit te spreken. Zelf zeg ik altijd bij VION te kijken naar de groene kant.”

Duurzaamheid is anno 2010 zonder twijfel het meest actuele maatschappelijke thema. ,,De continuïteit van onze business staat of valt bij duurzaamheid,” steekt Paul Jansen van wal. ,,We maken gebruik van eindige grondstoffen, waarop we zuinig moeten zijn. Duurzaamheid is daarom onderdeel van onze bedrijfsvoering. Wij vertalen het vage begrip duurzaamheid naar concrete acties in de business.”

Duurzaamheid is een containerbegrip. Wat verstaat VION eronder?
Paul: ,,Onze duurzaamheidsagenda bevat een vijftal speerpunten. Onder het hoofdstuk ‘klimaatverandering’ staan minder energieverbruik, meer productie en gebruik van duurzame energie en minder uitstoot van broeikasgassen.
Vermindering watergebruik en een lagere milieubelasting van de waterzuivering zijn onze ‘waterdoelstellingen’. Als het gaat om reststromen streven wij naar een hoogwaardige verwaarding ervan volgens het cradle-to-cradleprincipe en een vermindering van de milieubelasting door verpakkingsmateriaal.
Wat betreft het gebruik van duurzame grondstoffen in de keten focussen we momenteel op soja. Ons vijfde agendapunt is diergezondheid en dierenwelzijn. Onder laatstgenoemd punt valt onder andere het complexe castratiedossier.”

Hoe vertalen de verschillende thema’s zich in de praktijk?
,,We willen geen papieren tijgers creëren. Het gaat erom deze thema’s tussen de oren van onze mensen in de bedrijven te krijgen. Hoe we dat doen, kan ik het best illustreren aan de hand van de thema’s energie en water. We inventariseren welke bedrijven het laagste verbruik hebben en analyseren hoe zij dat doen.
We hebben een zogenoemd Performance Centre in het leven geroepen, dat de best practices opzoekt en vertaalt naar de andere bedrijven. Heel concreet en, inderdaad, met een competitie-element. Deze decentrale aanpak inspireert, motiveert en leidt tot verbluffende resultaten. Zowel wat betreft het verlagen van je footprint als van de kosten. VION heeft een snelle groei gekend met bedrijven in meerdere landen. Je bent daarom niet in één stap van de vloer op zolder.”

Een slachtdier is meer dan vlees alleen
,,Exact. De optimale verwaarding van de reststromen zit daarom in onze bedrijfsstructuur en gaat zelfs verder dan de verwerking van slachtbijproducten. Met VION Ingredients, dat opereert onder de merknamen Rendac, Sonac, Rousselot en Ecoson, is VION een cradle-to-cradle-onderneming avant la lettre.
Ecoson omvat een vergistinginstallatie voor de productie van duurzame energie, een raffinage-unit voor dierlijke vetten en een biodieselfabriek. De vergisting met de productie van groene stroom ontwikkelt zich uitstekend. De productie van biodiesel is een taaiere materie. Het prijsverschil tussen gangbaar en bio is gigantisch.
We verminderen de emissie van broeikasgassen door simpel minder energieverbruik, door de uitfasering van de ozonlaag aantastende koudemiddelen en door het produceren van duurzame energie, waarbij de CO2-uitstoot enorm is teruggebracht. Doordat we in Son tevens de dunne fractie van de mest meenemen in de waterzuivering, kunnen we met recht spreken van een gesloten kringloop in de vleesketen.”

Speelt Farmingnet een rol in verduurzaming van de keten?
,,Wel degelijk. Ook Farmingnet, het systeem waarmee we de varkenshouders via internet informeren hoe zij hun performance kunnen verbeteren, is een goed voorbeeld van de wijze waarop wij kwaliteits- en duurzaamheidsparameters vertalen naar de dagelijkse praktijk en keiharde euro’s. Deze informatie heeft onder meer tot doel de diergezondheid te verbeteren, de efficiency te vergroten en de verspilling te verminderen om uiteindelijk een beter financieel resultaat te behalen.
Verspilling is de optelsom van veel verschillende zaken. Zo wegen we bijvoorbeeld de maag/darmpakketten in de slachtlijn en koppelen we die informatie terug naar de betreffende varkenshouder. Die kan, als dat aan de orde is, besparen op voer- en wij doen dat op verwerkingskosten.
Op deze manier vertaal je de speerpunten uit je strategische agenda naar praktische uitvoeringen waarmee mensen iets kunnen aanvangen. Het werkt. Zeker als ze zien dat het de bedrijfsvoering en het financiële resultaat ten goede komt.”

VION is toch niet zelf betrokken bij de handel in soja?
,,Nee, wij kopen zelf geen soja, maar voelen ons als ketenpartij wel medeverantwoordelijk voor het gebruik van duurzame soja in de keten. Wij kunnen de problematiek niet oplossen, maar er wel een bijdrage aan leveren.
We doen dat onder meer door het lidmaatschap van de RTRS, de Round Table on Responsible Soy Association, waarin producenten, ngo’s en industrie op wereldniveau samenwerken aan de verduurzaming van productie, verwerking en handel.
Op nationaal vlak is VION mede-initiatiefnemer van de Taskforce Duurzame Soja en stond mede aan de basis van het Initiatief Duurzame Soja, waarin voorts Nevedi, Koninklijke FrieslandCampina, Storteboom Group, Gebr. Van Beek Group en Ahold participeren. Het IDS wil het internationale draagvlak voor de RTRS vergroten, de certificering van producenten versnellen en de vraag naar duurzame soja bevorderen.
De deelnemers aan de Taskforce hebben onlangs de intentie uitgesproken dat eind 2015 de hoeveelheid soja die benodigd is voor de behoefte van de Nederlandse markt, verantwoord is geproduceerd volgens de RTRS-principes en -criteria. Genetisch gemodificeerd is daarbij geen duurzaamheidsthema, maar een zogenaamd technisch criterium. Gemodificeerde soja kan immers ook duurzaam geproduceerd worden.”

Is het voor ngo’s toch niet altijd te weinig of te langzaam?
,,Natuurlijk, maar dat vind ik een gezond spanningsveld. In het sojadossier loopt Nederland echter voorop. Met 9 miljoen ton is Nederland na China ’s werelds grootste importeur van doorgaans gangbaar geproduceerde soja. De grootste uitdaging is dus om deze gangbare productie te verduurzamen.
Daarom hebben de diervoedersector en het bedrijfsleven de afspraak gemaakt om in 2010 honderdduizend ton soja in te kopen in diverse delen van Zuid-Amerika, die voldoet aan een vijftal duurzaamheidscriteria. Ik weet dat dit nog geen enorm volume is, maar we willen daarmee het signaal afgeven dat het RTRS-proces geen papieren tijger is, maar daadwerkelijk in de praktijk wordt uitgevoerd.
Ook de betrokken ngo’s als Wereld Natuur Fonds en Solidaridad steken, net als het bedrijfsleven, hun nek uit en krijgen kritiek van andere maatschappelijke organisaties. De ene ngo zoekt het overleg en de andere de confrontatie. Dat je voor je inzet en betrokkenheid niet van iedereen de handen op elkaar krijgt, moet je incalculeren.
Goed is wel te zien dat ook retailers in hun strategie aan het begrip duurzaamheid steeds meer vorm en inhoud geven. Zij realiseren zich in toenemende mate dat je dergelijke problemen niet zo maar over de schutting kunt gooien en anderen vragen ze op te lossen. Retailers en bedrijven in foodservice en industrie hebben elk een eigen verantwoordelijkheid.”

Zit er geen raar luchtje aan de castratie oftewel het ballendossier?
,,Jij noemt het een raar luchtje, wij ruiken een kans. Het is onze uitdaging om optimaal in te spelen op de wensen van de maatschappij, maar tegelijkertijd aansluiting te houden met die van de markt. De impact van dit dossier op de sector is heel groot. De maatschappelijke druk neemt toe, maar het is een bijzonder complexe materie.
We weten, ondanks alle onderzoek,  inhoudelijk eigenlijk nog heel weinig over berengeur. Bovendien is er, met uitzondering van Engeland, geen internationale acceptatie van berenvlees. VION is met zo’n 25.000 slachtingen in Engeland en 10.000 in Nederland de grootste berenslachter van Europa. Ik durf te zeggen dat we in onze onderneming zeer veel expertise hebben.
We doen veel onderzoek naar berengeur. Bijvoorbeeld naar de correlatie tussen het ruiken en de chemische analyse van de geslachtshormonen androstenon en skatol. Op basis van die kennis ontwikkelen we kwaliteitsprotocollen voor onze afnemers. We informeren hen over onze bevindingen en geven volledig inzicht in de stand van zaken van onderzoek en kwaliteitsborging.
We moeten daarbij vaststellen dat we voor de detectie van berengeur nog steeds uitsluitend afhankelijk zijn van de menselijke neus. Om deze reden is een 100% kwaliteitsgarantie op berenvlees niet mogelijk. Afnemers in Nederland doen momenteel stapsgewijs praktijkervaring op met berenvlees en tasten het effect bij de gebruikers af. In internationale markten wordt, met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk, afhoudend gereageerd op berenvlees en Nederland exporteert nu eenmaal zo’n tweederde deel van zijn productie.
De tussenfase met verdoofd castreren hebben we daarom absoluut nodig.
De huidige methode kan in de praktijk prima werken, al zullen er links en rechts aanpassingen nodig zijn. Tot 2015 moet er nog veel gebeuren. In Nederland en in toenemende mate ook in Duitsland wordt op alle vlakken onderzoek verricht. Wij zien deze ontwikkeling als een uitdaging en een grote kans voor onze onderneming en voor onze sector en zullen er alles aan doen de kansen te benutten.”

Lopen we in Nederland niet te ver voor de muziek uit?
,,Onze duurzaamheidsagenda vraagt grote inspanningen, maar biedt tegelijkertijd geweldige kansen. Nederland is een dichtbevolkt land met een enorme varkenshouderij en veel export. De eisen die aan onze ketens worden gesteld, liggen daarom hoger dan elders. We lopen in duurzaamheid voorop en dat biedt uitstekende perspectieven om onze aansluiting op de West-Europese markt te verankeren.
Als je voorop wilt blijven lopen, moet je je constant verbeteren. Om duurzaamheid praktisch te kunnen realiseren, moet echter wel sprake zijn van een gezonde balans tussen ecologie, de menselijke component en de factor economie. En die balans raakt knap verstoord. De kostenstapeling die we in Nederland zien op het gebied van dierenwelzijn en milieu is onverantwoord veel hoger dan in het ons omringende buitenland.
Dat zal niet leiden tot de gewenste verduurzaming, maar tot uitholling en verzwakking van een nu nog krachtige sector. Als we kosten moeten maken die we in de markt niet kunnen terughalen of waarmee het level playing field echt wordt verstoord, is het boek snel uit.”

Paul Jansen
Director Corporate Public Affairs Agri bij VION word je niet zomaar. Paul Jansen (56) is sinds 2003 werkzaam bij VION, maar heeft, na eerdere functies in marketing en sales, een duidelijk coöperatieve achtergrond.
Paul was onder andere directeur coöperatie en melktransport bij Campina, algemeen directeur bij Landbouwbelang en vice-voorzitter van Cehave Landbouwbelang. Als director Agribusiness kwam hij bij VION, dat destijds als het pas opgerichte Bestmeat met de overname van Dumeco zijn activiteiten in het vlees startte.


 
Trefwoordenlijst voor meer informatie