Kip in ijs- of koelkastAuteur: Eindredactie Wim BusserMag ontdooide kip nu wel of niet als vers pluimveevlees worden verkocht? Die vraag blijkt in Nederland alom te leven, zo kwam uit de reacties op een column in het septembernummer van Meat&Co. naar voren. Vooral de producenten van samengestelde producten, zoals bbq-spiezen, maken zich terecht grote zorgen. De wetgeving, zo blijkt op deze pagina’s, laat volgens sommigen in elk geval ruimte voor verschillende interpretaties. Voor één keer plagen we onze lezers met een interessant en uiteraard sectorgerelateerd debat, dat - excuses op voorhand - echter een hoog juridisch gehalte heeft.
Gert-Jan van Kesteren en Henk Rosendal van Condor Consultancy zetten de toon. ,,In tegenstelling tot wat burgers - sommige juristen spreken enigszins denigrerend van ‘leken’ - denken, verschaft de letter van de wet vaak geen ondubbelzinnige duidelijkheid. Duidelijkheid wordt o.a. geschapen door jurisprudentie, gewoonte(recht) en rechtsleer. Bijkomend effect is dat eventuele tegenstrijdigheden en lacunes in wetsregels duidelijk worden gemaakt, zodat de wetgever deze kan repareren. In dat kader willen wij hier een bijdrage leveren.”
NOOIT MEER ONTDOOID ,,Zonder al te technisch te worden, kunnen we vaststellen dat pluimveevlees volgens de gewijzigde handelsnormenverordening (EG) nr. 1234/2007 sinds 1 mei 2010 slechts in ‘verse’, ‘bevroren’ of ‘diepgevroren’ staat in de handel mag worden gebracht,” zo schrijven Van Kesteren en Rosendal in hun reactie, die we hier als eerste laten volgen. Hoewel EG-verordeningen een directe werking hebben in de lidstaten, heeft Nederland bovengenoemde geboden nog wel neergelegd in de Landbouwkwaliteitswet, het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 (artikel 5) en de Landbouwkwaliteitsregeling 2007 (artikel 16a). Als gevolg hiervan luidt de door Nederland gehanteerde definitie van ‘vers vlees van pluimvee’, die in zeer beperkte mate van de Europese afwijkt, als volgt: ‘Vlees van pluimvee dat op géén enkel moment door koude is verstijfd voorafgaand aan de bewaring bij een temperatuur die niet lager mag zijn dan -2° C en niet hoger dan + 4°C. Met uitzondering van pluimveevlees waarvoor het procestechnisch noodzakelijk is dit aan te vriezen voor een snijbehandeling. Dergelijk pluimveevlees mag vóór de snijbehandeling gedurende maximaal 24 uur bij ten laagste -8° C in de kern worden gehouden’. Met ingang van 1 mei 2010 is het derhalve niet meer mogelijk om pluimveevlees dat bevroren is geweest, in ontdooide staat te verkopen.
HAMVRAAG In de van de genoemde handelsnormenverordening (EG) nr. 1243/2007 afgeleide Commissie-uitvoeringsverordening (EG) nr. 543/2008, artikel 5, lid 6 staat echter onder meer: ‘Het is niet nodig vlees van pluimvee in te delen of de in de bepalingen genoemde aanvullende gegevens te vermelden als het gaat om leveringen aan uitsnijderijen of vleesverwerkende inrichtingen’. Kort gezegd staat hier dus dat de staat (lees de toestand ‘vers’, ‘bevroren’ of ‘diepgevroren’ van het vlees) door de producent niet vermeld hoeft te worden op de verpakking bij leveringen aan uitsnijderijen of aan vleesverwerkende inrichtingen. Uiteraard moeten wel de benaming ‘pluimveevlees’, de tht-datum en het identificatiemerk (EG-merk) vermeld worden. Hamvraag is hoe de bepaling van Verordening (EG) nr. 543/2008, die inhoudt dat de staat (lees: ‘vers’, ‘bevroren’ of ‘diepgevroren’) niet vermeld hoeft te worden, zich verhoudt tot de bepaling uit Verordening (EG) nr. 1234/2007, die inhoudt dat pluimveevlees uitsluitend in hetzij verse, hetzij bevroren, hetzij diepgevroren staat in de handel gebracht mag worden. Oftewel, wat mag of moet de uitsnijder/verwerker op zijn niet-bevroren, zeg maar verse eindproduct zetten?
WAT NIET WEET Mag deze afgaan op de hem bekende feiten en omstandigheden? Wat zou hem ervan weerhouden er het etiket ‘vers’ op te plakken als hij het product/de grondstof bijvoorbeeld in niet-bevroren toestand heeft ontvangen en het steeds boven -2° C heeft gehouden? Had hij moeten nagaan of het product eerder in (diep)bevroren toestand is geweest? Het begrip ‘weten of had kunnen weten’ is juridisch gezien een zeer belangrijk criterium en komt vaak in wetsregels en jurisprudentie terug. Wat let hem louter te kiezen voor de term ‘pluimveevlees’ zonder voorafgaand bijvoeglijk naamwoord ‘vers’? De Etiketteringsrichtlijn nr. 2000/13/EG en de Commissierichtlijn nr. 2001/101/EG, geïmplementeerd in het Nederlandse Warenwetbesluit Etikettering van Levensmiddelen, verlangen niet meer dan dat voor de etikettering van pluimveevlees.
VERBAND MET ETIKETTERING Ons inziens kan men etikettering niet los zien van de handelsnormenverordening 1234/2007, aangezien de EU-Commissie op grond van artikel 121 van diezelfde verordening o.a. bevoegdheden heeft gekregen ten aanzien van de etikettering en de presentatie van en de reclame voor vlees van pluimvee en de benaming waaronder het product wordt verkocht. De uitvoeringsverordening 543/2008 van de Commissie is gebaseerd op artikel 121 van de handelsnormenverordening 1234/2007. Derhalve heeft de EU-Commissie met deze uitvoeringsverordening een verband aangebracht tussen de staat van het pluimveevlees én de toegestane etikettering, non-etikettering, presentatie en benaming van het pluimveevlees.
DE ENIGE BEPERKING De enige beperking is bij de huidige stand van zaken gelegen in het feit dat bovengenoemde uitzonderingsregels uitsluitend gelden voor de etikettering van producten die pluimveevlees als ingrediënt bevatten. Zij gelden dus niet voor de etikettering van uitgesneden vlees en anatomische delen, die in ongewijzigde staat in de handel worden gebracht. Wél voor vleesbereidingen van pluimveevlees. Tot zover de bijdrage van de heren Van Kesteren en Rosendal.
ONJUIST Arjan van Dijk van het Productschap Pluimvee en Eieren (Bureau Brussel) zegt dat de beweringen van Van Kesteren en Rosendal niet kloppen. ,,De heren gaan er ten onrechte van uit dat de aanpassingen van de handelsnormen iets met etikettering van doen hebben. De etikettering is in dit kader echter totaal irrelevant. Het gaat om een verbod op het in de handel brengen van ontdooid pluimveevlees. Dat verbod gold al voor naturel pluimveevlees en met de aanpassing die per 1 mei dit jaar van kracht is geworden, geldt dit verbod ook voor pluimveevleesbereidingen. Er bestond nog onduidelijkheid over de vraag of het verbod ook geldt voor samengestelde producten, waarin verse kip is verwerkt zoals barbecuespiezen of –pakketten. Het ministerie van EL&I heeft inmiddels laten weten dat dit het geval is.” Van Dijk licht e.e.a. als volgt toe. DE VERORDENING De Verordening(EG) nr. 1234/2007 is heel duidelijk. Deze stelt namelijk, dat ‘vlees van pluimvee en bereidingen op basis van vlees van pluimvee in een van de volgende staten in de handel moet worden gebracht: vers, bevroren of diepgevroren’. Het gaat dus niet om wat er op het etiket staat, maar om de staat waarin het pluimveevlees in de handel wordt gebracht. De volgende definities zijn in de verordening opgenomen: ‘Vers vlees van pluimvee’: vlees van pluimvee dat op geen enkel moment door koude is verstijfd voorafgaand aan de bewaring bij een temperatuur die niet lager mag zijn dan – 2° C en niet hoger dan + 4° C; de lidstaten kunnen evenwel enigszins afwijkende temperatuurvoorschriften vaststellen voor de minimumduur die vereist is voor het uitsnijden en behandelen van vers vlees van pluimvee in detailhandelszaken of in aan verkooppunten grenzende lokalen, waar het vlees uitsluitend wordt versneden en behandeld om het ter plaatse rechtstreeks aan de consument te kunnen leveren’. En: ‘Bereiding op basis van vers vlees van pluimvee: een bereiding op basis van vlees van pluimvee waarvoor vers vlees van pluimvee in de zin van deze verordening is gebruikt; de lidstaten kunnen evenwel enigszins afwijkende temperatuurvoorschriften vaststellen voor de minimumduur die nodig is, en dit slechts in de mate van het nodige, voor het behandelen en uitsnijden in de fabriek tijdens de productie van bereidingen op basis van vers vlees van pluimvee’.
WETSOVERTREDING Aan de Nederlandse invulling van de ‘enigszins afwijkende temperatuurvoorschriften’ is vorm gegeven in de Landbouwkwaliteitsregeling, die stelt dat pluimveevlees t.b.v. het proces tot maximaal -8° C mag worden bevroren voor een periode van maximaal 24 uur. Voor ‘vers’ geldt dus altijd dat alleen gebruik mag zijn gemaakt van grondstoffen die niet eerder bevroren waren. De andere opties om het vlees aan te bieden, zijn in bevroren of diepgevroren toestand. Dit is de opzet en de interpretatie van de Europese Commissie en is ook zo opgepakt door het ministerie van LNV (nu EL&I geheten) en de Stichting Controlebureau voor Pluimvee, Eieren en Eiproducten (CPE), dat verantwoordelijk is voor de controles. De stelling ‘wat niet weet, dat niet deert’ doet naar mijn mening geen recht aan de plicht van een afnemer om zich te vergewissen wat de kwaliteit van de aangekochte grondstoffen is. Daarnaast gaat deze voorbij aan het feit dat in zo’n geval sprake is van een wetsovertreding, omdat de aanbieder geen ontdooid pluimveevlees in de handel mag brengen.
SECTOR ONWAARDIG Peter Vesseur, de algemeen secretaris van de Vereniging van de Nederlandse Pluimveeverwerkende Industrie (NEPLUVI), verwerpt, zoals hij desgevraagd zegt, ,,het bewust fout handelen en dat goedpraten met bewust verkeerd gehanteerde regels." Hij vindt dat de sector onwaardig. ,,Natuurlijk weet een uitsnijderij wat er ingekocht wordt, dus ‘wat niet weet, dat niet deert’ gaat, hopelijk voor elke onderneming die pluimveevlees verwerkt, niet op. Niet bevroren kip uit de koelvitrine van de winkel is dus vers en nog niet ingevroren geweest. Het staat de consument natuurlijk vrij dit wel te doen. Zeker indien hij of zij de aankoop geheel of gedeeltelijk wat langer wil bewaren, is invriezen een goede optie.”
| |
Trefwoordenlijst voor meer informatie |