Online uitgaven

Duurzaam produceren én eten

Auteur: Wim Busser

De wereld heeft in 2050 9 miljard monden te voeden. Toenemende welvaart zorgt voor een ander voedselpatroon, zoals meer consumptie van vlees en zuivel. Tegelijk zullen minder schoon water en vruchtbare grond beschikbaar zijn en hebben we te maken met de gevolgen van klimaatverandering in de vorm van droogte of overstromingen. Tegen deze achtergrond vindt ook de Nederlandse overheid het verduurzamen van de mondiale voedselproductie en -consumptie een noodzaak.

Demissionair minister Gerda Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) stimuleert verduurzaming van het voedselaanbod in de Nota Duurzaam Voedsel en in de Beleidsagenda Duurzame Voedselsystemen, die vorig jaar juni zijn uitgebracht.
Met de nota Duurzaam Voedsel wil minister Verburg het aanbod van duurzaam voedsel vergroten door samenwerking te zoeken met producenten, industrie en retail. Bij de Beleidsagenda Duurzame Voedselsystemen draait het om een verbetering van het aanbod van gangbare vleesvervangers en om productinnovatie op basis van bijvoorbeeld algen en insecten.
Een onderdeel van deze verduurzaming is bovendien het tegengaan van voedselverspilling. Doel is dat deze verspilling in 2015 met 20% is teruggedrongen.

KOPLOPER
Wat iemand dagelijks eet, is direct van invloed op zijn of haar gezondheid. Daarnaast hebben voedsel en voeding ook effect op milieu, natuur, landschap, dierenwelzijn en arbeidsomstandigheden. Het ministerie van LNV wil dat het voor consumenten makkelijker wordt om te kiezen voor voedsel dat is geproduceerd met respect voor dier, mens en milieu, oftewel duurzaam is.
Bij duurzaamheid spelen veel thema's een rol, zoals waterverbruik, energieverbruik, CO2-uitstoot, maar ook dierenwelzijn en voedselverspilling. LNV wil er samen met de voedselproducerende en -verwerkende sector, supermarkten, horeca en catering voor zorgen dat Nederland over 15 jaar koploper is op het gebied van het verduurzamen van de productie van voedsel. Ook moet Nederland een bijdrage leveren aan de mondiale voedselzekerheid en aan het behoud van het mondiale ecosysteem.

INTERNATIONALE OPGAVE
Het verduurzamen van consumptie en productie beperkt zich natuurlijk niet alleen tot Nederland. Daarom zet LNV verduurzaming van het wereldwijde voedselsysteem op de mondiale en Europese agenda. De Nederlandse agrofoodketen kan daaraan een belangrijke bijdrage leveren.
Op mondiaal niveau wordt de Nederlandse kennis van water, landbouw en productie gebruikt om de voedselproductie in ontwikkelingslanden te verbeteren. Minister Verburg vraagt de Europese landen om intensief te gaan samenwerken op het gebied van duurzaam voedsel. Op haar initiatief kwamen vertegenwoordigers van 7 Europese landen deze maand in Den Haag samen.
Ze wisselden voorbeelden uit op het gebied van duurzaam produceren, ze bepaalden de gezamenlijke doelen en bekeken welke middelen overheden hebben om verduurzaming van productie en consumptie te bereiken. Ook de rol van Europa en de Europese Commissie kwam aan de orde, want verduurzaming van de voedselproductie is volgens Gerda Verburg een internationale opgave.

MULTICOMMITTED COMPANIES
Retailers, daartoe aangezet door een groeiende groep consumenten die duurzamere producten wenst, zijn volgens minister Verburg op de goede weg. Zij moedigt de supermarkten aan om nog meer producten aan te bieden die gemaakt zijn met respect voor mens, milieu en dier. In haar ogen zouden supermarkten met elkaar moeten concurreren op duurzaamheid.
Ze hoopt zo ook af te komen van wat zij noemt ,,het bijna immorele stunten met vlees”. In mei 2009 hebben partijen als LTO, CBL, Veneca en de Dierenbescherming met de minister een convenant gesloten om jaarlijks 15% meer duurzame dierlijke producten in het supermarktschap te krijgen.
Op de achtergrond speelt de financiële sector een beslissende rol. Een groeiend aantal bedrijven richt zich niet uitsluitend op het maken van winst, maar neemt ook mensenrechten, good governance en een verantwoord gebruik van grondstoffen in hun strategie op.
,,En wat opvalt bij deze zogeheten multicommitted companies, MCC's, is dat ze meestal een hogere beurswaarde hebben dan vergelijkbare bedrijven die minder scoren op verantwoord ondernemen," aldus de minister.
Volgens Verburg moeten banken vaker MCC's of gelijksoortige bedrijven steunen, andere bedrijven in een meer duurzame richting sturen, maar ook niet terugschrikken om geld terug te trekken uit niet duurzame financiële projecten en beleggingen. ,,Dat vind ik hun morele plicht. Zeker de instellingen die afgelopen jaar met miljarden overheidssteun overeind zijn gehouden," aldus de minister.

VERGROTEN AANBOD
Naast onderzoek en innovatie op het gebied van alternatieven voor dierlijke eiwitten is ook het vergroten van het aanbod duurzaam eten en drinken in kantines, bedrijfsrestaurants en bij maaltijden van zorginstellingen onderdeel van het beleid.
Bij dit laatste wordt momenteel een extra dimensie onderzocht: in hoeverre kan een lekkere en gezonde maaltijd in een goede ambiance zorgen voor een verbetering van de fysieke gesteldheid en een positievere beleving van de maaltijd bij ouderen en welke financiële voordelen levert deze extra aandacht voor de maaltijd een zorginstelling op?
Het ministerie van LNV financiert dit onderzoek, dat samen met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is opgezet in zorginstellingen in Noord-Brabant en waaraan ruim 100 cliënten zullen meewerken. Er wordt gewerkt met twee verschillende groepen cliënten, waarbij in de ene situatie aandacht wordt geschonken aan de ambiance en in een andere situatie zoveel mogelijk gebruik gemaakt wordt van biologische producten.

INSECTEN ALS VOEDSEL
Wageningen UR (University & Research centre) krijgt geld van LNV voor een onderzoek naar het gebruik van insecten in de voedselketen. Het onderzoek ‘Duurzame productie van insecten als voedsel’ duurt vier jaar en heeft drie onderzoeksdoelen. Ten eerste wordt bekeken welke reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie geschikt zijn als voedsel voor de verschillende soorten insecten.
Daarbij staat de verhouding tussen de kwaliteit van de reststroom en de kwaliteit van het insecteneiwit centraal. Verder wordt onderzocht hoe de eiwitten het beste kunnen worden bewerkt om ze in levensmiddelen te kunnen verwerken. Aspecten als energieverbruik, efficiency en het ontstaan van en omgaan met reststromen krijgen hierbij aandacht.
Tot slot richt het onderzoek zich op de functionele eigenschappen van insecteneiwitten, zoals aminozuursamenstelling, voedselveiligheid en allergeniciteit.
De voedingswaarde van insecten is gelijk aan die van gewoon vlees. Insecten zijn een duurzame eiwitbron omdat ze koudbloedig zijn en dus geen lichaamstemperatuur hoeven te onderhouden.
Dankzij deze efficiëntie is de milieubelasting van insecten gering. Op de wereld zijn circa 1.400 verschillende soorten insecten die voor de mens eetbaar zijn. In maar liefst 98 landen staan insecten gewoon op het menu. 80% van de wereldbevolking eet regelmatig een portie insecten.
Met name in de tropen worden insecten al op grote schaal gegeten, bijvoorbeeld rupsen, sprinkhanen, keverlarven (bijvoorbeeld meelwormen), maar ook bijen en wespen, termieten, mieren en vliegjes. Alleen in Europa en Noord-Amerika kent men deze eetgewoonte niet, want westerse consumenten zijn nog niet gewend aan het eten van insecten.

De Vegetarische Slager
Tijdens de opening van de Horecava eerder dit jaar kondigde minister Verburg aan dat zij een half miljoen euro uittrekt voor ondezoek naar duurzame alternatieven voor consumptievlees. Eén van de duurzame, op de Horecava geïntroduceerde producten was een gehaktbal van VION, die voor 20% uit plantaardige vezels bestaat, maar die hetzelfde smaakt als een normale gehaktbal. De innovatie vloeit voort uit een samenwerking met Meatless te Goes, producent van vleesvervangende vezels.
Andere duurzame projecten die op steun van LNV kunnen rekenen zijn de winning van eiwit uit bietenblad, ‘planktonburgers’ met eiwit uit algen, ‘McBugs’ met eiwit uit insecten, visvoer waarbij het vismeel wordt vervangen door eiwit uit insecten en de Vegetarische Slager, die plantaardige eiwitconsumptie stimuleert en plantaardige gerechten promoot.


Duurzame kennis

Duurzame ontwikkeling is de afgelopen 20 jaar een gevestigd begrip geworden. In 1987 bracht een commissie van de Verenigde Naties een rapport uit, waarin het verband werd omschreven tussen economische groei en milieuvraagstukken. De commissie die het rapport ‘Our Common Future’ opstelde, stond onder leiding van Gro Harlem Brundtland, toentertijd de minister-president van Noorwegen. Het rapport staat dan ook wel bekend als het Brundtland-rapport.
Sinds die tijd is de hier aan de orde zijnde problematiek meermalen onderwerp geweest van conferenties, zoals die met duizenden deelnemers in 2002 werd gehouden in Johannesburg. Steeds weer wordt erop gewezen dat groeiende welvaart haar grenzen heeft en voortdurende bezinning nodig is op de vraag hoe in de toekomst met de hieruit voortvloeiende problemen moet worden omgegaan.
De agrifoodsector heeft een grote impact op mens en milieu. De vraag is wat deze sector kan doen om haar ecologische footprint te verkleinen en welke rol levensmiddelentechnologen hierin kunnen spelen. NVVL Network for Food Experts organiseerde onlangs in de HAS te ’s-Hertogenbosch een symposium over duurzaam produceren van levensmiddelen.
Van Dooren (Voedingscentrum) gaf zijn voordracht het motto mee ´Elke winkelwagen vertelt een verhaal´. Als de consument meer wil weten, zou hij of zij kunnen luisteren naar die verhalen, te beginnen bij het eigen winkelwagentje. En daarbij ook eens op de verpakking als zodanig letten.
Ik pleit niet direct voor grote soberheid, maar ben wel van mening dat een fors deel van de luxe overbodig is. En dan de vraag wat allemaal in de container terechtkomt. Dat geldt voor thuis, maar ik ben bang dat hier en daar ook bij de productie nonchalant met de grondstoffen wordt omgesprongen.
Natuurlijk is niet alles van de grondstoffen eetbaar, maar het zou me niet verbazen als afval in veel gevallen nuttiger kan worden gebruikt dan nu het geval is. Van Assema (NIZO, Ede) gaf een beschouwing over innovatie in de zuivelsector, waarbij hij vertelde dat NIZO verder wil kijken dan alleen zuivelproducten. NIZO gaat zich meer richten op verduurzaming.
Ik begreep dat met name wordt gedacht aan een taak voor levenmiddelentechnologen. Prima, als de chemie en de microbiologie maar niet worden vergeten. Overigens is deze trend bij NIZO weer een aanwijzing dat de tijd van de instituten die zich vooral richtten op specifieke groepen van producten, achter ons komt te liggen.
De tweede helft van de vorige eeuw was bij uitstek de tijd dat de activiteiten van gespecialiseerde instituten zich richtten op vlees, op vis, op eieren en dus ook op zuivelproducten. Deze tijd lijkt nu voorbij. Op zich is dat geen verkeerde zaak, er is heel wat kennis verkregen, maar het is nu van veel belang dat de verkregen kennis op al die specifieke producten goed wordt vastgelegd.
Daarbij denk ik natuurlijk aan handboeken, al zijn er ook andere mogelijkheden om de kennis niet verloren te laten gaan. Die kennis hebben we immers hard nodig bij het maken van duurzame producten.

Dr. Ad Ruiter
 


 
Trefwoordenlijst voor meer informatie