Online uitgaven

Zorgvuldige veehouderij

Auteur: Dr. Gijs Eikelenboom

‘Over Zorgvuldige Veehouderij: veel instrumenten, één concert’ is de titel van de essaybundel, die Wageningen University recent heeft gepubliceerd. De universiteit wil de discussie over de veehouderij verdiepen, zowel op nationaal als mondiaal niveau.

Het voorwoord van de essaybundel is geschreven door prof. dr. ir. Rudy Rabbinge van de concernstaf en door oud-milieuminister dr. Pieter Winsemius. Rabbinge is voormalig en Winsemius huidig lid van de Wetenschappelijke raad voor het Regeringsbeleid.
De Nederlandse veehouderij lijkt volgens hen gekenmerkt  te worden door onder meer dieronvriendelijkheid, milieubelasting, uit de hand gelopen schaalvergroting met grote bedreigingen voor natuur en landschap en bedreigingen voor de volksgezondheid door zoönosen als de Q-koorts. De perceptie van die problemen in de samenleving is zeer breed. Volgens Rabbinge en Winsemius moeten Wageningen University en zijn medewerkers een actieve rol gaan spelen in de maatschappelijke discussie.

BETROUWBARE OPLOSSING
Met een dertigtal essays hebben 62 onderzoekers in deze bundel deze uitdaging opgepakt en hun inzichten over de verschillende aspecten van de veehouderij beschreven. „Het lijkt misschien een kakofonie van geluiden, maar voor een goede verstaander is het één concert: een symfonie van diverse instrumenten met elk hun eigen geluid,” verklaart dr. Martin Scholten, algemeen directeur van de Animal Sciences Group, de titel van de bundel.
Met alleen het signaleren van problemen komen we er niet. Volgens Scholten is de opgave om antwoorden te vinden op de zorgen van het publiek en gelijktijdig te laten zien dat technologische ontwikkelingen wel degelijk een bijdrage kunnen leveren aan een betrouwbare oplossing. Er is daarnaast ruimte nodig voor het ontwikkelen van verschillende scenario’s voor de toekomst. „Uitgangspunt daarbij is een zorgvuldige veehouderij. Zorgvuldig met betrekking tot de volksgezondheid, de dieren en de omgeving en last but not least zorgvuldig met betrekking tot de boeren, grondstoffen en het eindproduct,” aldus Scholten.

OP VERANTWOORDE WIJZE
P De Nederlandse veehouderij behoort tot de beste en meest vooruitstrevende ter wereld en is gebaseerd op de best beschikbare kennis. Er is daarnaast het perspectief van een toenemende vraag naar dierlijke producten in de wereld. Er liggen dan ook kansen voor de Nederlandse veehouderij, met haar deskundigheid en systemen, om op verantwoorde wijze aan de toenemende vraag te voldoen. Scholten wijst er op dat vanuit de FAO, CGIAR en Global Research Alliance wordt opgeroepen kennis te delen om te komen tot een efficiënt ingerichte veehouderij die is afgestemd op de verschillende ecologische en sociale omstandigheden in de diverse werelddelen.
Scholten: „Vanuit mondiaal perspectief komt de vraag naar voren of en hoe Nederland  een voorloper moet, kan en wil zijn op dit terrein. Randvoorwaarde daarbij is in elk geval dat de Nederlandse bevolking zelf voldoende vertrouwen heeft in de veehouderij. En juist daar moet je vraagtekens bij zetten. Het debat over de megastallen en het daarop volgende burgerinitiatief in Noord-Brabant is meer dan een teken aan de wand.”

ZORGVULDIG VERTROUWEN
Prof. dr. ir.  Katrien Termeer en collega’s van de Leerstoelgroep Bestuurskunde hebben in hun essay het besluitvormingsproces rond de vestiging van een megastal geanalyseerd. Tijdens dit proces bleken de verschillende belevingswerelden van boeren, burgers, politici en wetenschappers te botsen. Dit had onrust, commotie en wantrouwen tot gevolg, die in de media extra werden aangezet. Het probleem was dat alle betrokkenen vanuit hun eigen belevingswereld bleven praten. Hierdoor werd het onderlinge wantrouwen eerder vergroot dan verkleind. De ontwikkeling van een zorgvuldige veehouderij moet volgens Termeer parallel lopen met de ontwikkeling van zorgvuldig vertrouwen. Zij geeft ook ‘handreikingen’ over de manier waarop tot zorgvuldig vertrouwen te komen.
Ingaand op de beeldvorming en de rol van de media bij de discussies over de intensieve veehouderij, schrijft Termeer: „De beeldvorming alleen is vaak al voldoende voor een sterke overreactie in de media. De aantrekkingskracht die de intensieve veehouderij heeft op de media komt vooral doordat het zich goed laat dramatiseren. Kranten kunnen van dit onderwerp een helder verhaal maken, met een sterke tegenstelling tussen spelers, heldere verhaallijnen en duidelijke beelden.
Het technisch tegengeluid is veel minder interessant, omdat dit lastiger te verwoorden en verbeelden is. Dat technische  tegengeluid komt vooral van  experts en wetenschappers en wordt met rapporten en onderzoeksresultaten ondersteund, maar niet met duidelijk sprekende beelden, zoals varkensflats en gasmaskers tegen fijnstof,” aldus Termeer.

BEELDVORMING
Wij kunnen aan deze voorbeelden de beeldvorming rond de uitstoot aan broeikasgassen door de veehouderij toevoegen: ‘Een vegetariër in een Hummer stoot minder broeikasgas uit dan een vleeseter in een Toyota Prius’.
In het januarinummer van Meat&Co. zijn we ingegaan op deze beeldvorming en hebben we aangetoond dat deze absoluut niet klopt. Terwijl de uitstoot van CO2 door het verkeer in Nederland is gestegen, is juist de veehouderij verantwoordelijk voor de daling in totale uitstoot aan broeikasgassen. Ook dit is weer zo’n ‘technisch tegengeluid’ geweest. Maar hoe kan dit duidelijk gemaakt worden aan de burger, die er geen idee van heeft hoe het werkelijk zit? En wiens taak is dat dan?

FLINKE KRIMP
Dr. ir. Aalt Dijkhuizen, voorzitter van de Raad van Bestuur van Wageningen UR, schreef het slotwoord van de bundel. Hij wijst er op dat de discussie over de intensieve veehouderij bij tegenstanders al snel tot de roep leidt om een flinke krimp of zelfs een algeheel verbod. Het vorig jaar genomen besluit van de Tweede Kamer om de nertsenfokkerij te verbieden, leidt niet tot verbeterd welzijn. In de (toegenomen) vraag naar bont wordt nu voorzien door Polen en China, waar het welzijn van  de nerts beneden het niveau bij ons ligt. Nederland veegt zijn straatje schoon, maar de nerts schiet er niets mee op.
Met de kennis die we hebben en kunnen genereren, moeten we volgens Dijkhuizen laten zien wat er kan en dat uitproberen in de markt. In dit verband verwijst hij op de succesvolle introductie van het zogenaamde tussensegment bij varkens. „Om meer van die stappen te kunnen zetten, is het gewenst beter zicht te krijgen op wat er allemaal moet en kan, om daarmee de gangbare veehouderij een gerespecteerde toekomst te bieden.
Daar is deze bundel nu precies op gericht. En ook dat er niet één oplossing is, maar dat vele wegen naar Rome leiden. Zo zit de werkelijkheid nu eenmaal in elkaar. Er is hier geen simpel spoorboekje dat ons de kortste route aangeeft naar de plaats van bestemming.” Aalt Dijkhuizen overhandigde de essaybundel eerder dit jaar aan staatssecretaris Bleker.

Annechien ten Have: ‘Komen doen we er’
Ook Annechien ten Have, voorzitter van de vakgroep Varkenshouderij van LTO Nederland, kreeg de in dit artikel beschreven essaybundel van Wageningen UR . Ze schreef daarover op haar weblog: „De bundel onderschrijft dat er verschillende oplossingen en richtingen mogelijk zijn. Meer wegen naar Rome dus. Voor veehouders is dat best moeilijk. Eén duidelijke weg is gemakkelijk. Die loop je en dan komt het goed. Samen uitzoeken welke weg jij wilt gaan, is moeilijker maar geeft uiteindelijk voldoening.”
Ook schrijft ze: „Ik hoop dat er onderweg genoeg richtingaanwijzers staan. Dat zouden mensen van Wageningen UR kunnen zijn, LTO of een maatschappelijke organisatie. Belangrijk is ook dat er burgers zijn, die ons aanmoedigen onderweg. Ons niet van de weg duwen, maar meehelpen om ons de weg te wijzen. Halteplaatsen om uit te puffen onderweg zijn ook belangrijk. Een glaasje water onderweg kan ook veel doen. De overheid zal hiervoor oog en oor moeten hebben. Uiteindelijk zullen we dan in Rome aankomen. Niet allemaal over dezelfde weg, maar komen doen we er. Vanuit LTO zullen we proberen om mee richting te geven.”


 
Trefwoordenlijst voor meer informatie