Column: Bacteriofoob populismeAuteur: Gert-Jan van Kesteren
Onlangs vertelde iemand me trots dat hij het ziekteverzuim in zijn productiebedrijf met 20 procent had weten te reduceren door systematische handendesinfectie met alcohol in een hygiënesluis. Als dat écht waar zou zijn, dan is dat heel fijn voor het bedrijf, maar niets minder dan een zegen voor de consument die een product van datzelfde bedrijf koopt. Ik reken dergelijke beweringen tot de categorie microbiologische fabels of bacteriofoob populisme. De recente EHEC-explosie voedt de angst voor micro-organismen. Ik blijf echter van ze houden en dat zouden we eigenlijk allemaal moeten doen. Micro-organismen spelen een sleutelrol in elk ecosysteem; zonder micro-organismen zou er überhaupt geen leven op aarde mogelijk zijn. Om wat dichter bij de inwendige mens te blijven: zonder micro-organismen zouden we de geneugten niet kunnen smaken van bier, wijn, kaas, salami of yoghurt, en - nog veel belangrijker - zonder al die miljarden hardwerkende minuscule allochtonen in ons lichaam zouden we ons voedsel niet eens kunnen verteren en dus ten dode zijn opgeschreven. Natuurlijk weet ik ook wel dat een kleine fractie van mijn onzichtbare vriendjes tot een geduchte vijand kan verworden. Ik wil de gevolgen hiervan voor de getroffenen absoluut niet bagatelliseren. Maar dat is nog geen reden tot bacteriofoob populisme. De gedragspsychologie en de praktijk leren ons dat elke voedselgerelateerde ziekte-uitbraak met ernstige gevolgen steevast leidt tot massahysterie. Het laten opdraven van professoren en andere deskundigen die nuchtere, feitelijke, wetenschappelijke informatie geven over de werkelijke risico’s, is onder dergelijke omstandigheden volstrekt zinloos. Het is veel effectiever om de wetenschap die energie - in stilte - te laten steken in fundamenteel onderzoek naar de invloed van nuttige darmbacteriën met hun gigantische genenpool op de stofwisseling van mens en dier. Daar weten we nog veel te weinig van. Met de inzichten die daardoor ontstaan, zal het op termijn mogelijk zijn hun pathogene broeders zoals EHEC en Salmonella op een natuurlijke wijze zonder gebruik van antibiotica onschadelijk te maken. Voor dergelijk fundamenteel onderzoek zou de regering ruimhartig geld moeten vrijmaken. Dat vereist moed. Geld uitgeven aan zaken die niet op korte termijn resultaat opleveren, is bepaald niet populair bij de goegemeente. Toch ben ik ervan overtuigd dat dergelijk fundamenteel onderzoek per saldo zal leiden tot belangrijke toepassingen in zowel de geneeskunde, de diergeneeskunde als de voedingsmiddelenindustrie.
Gert-Jan van Kesteren is managementconsultant bij Condor Consultancy Gert-Jan@meat-co.nl
| |
Trefwoordenlijst voor meer informatie |