Bijna driekwart eeuw Baaijens in OssAuteur: Wim Busser Ter gelegenheid van de aankomende honderdste geboortedag van de in 1983 overleden oprichter Ties Baaijens doken de familie Baaijens en enkele oud-medewerkers in de archieven van het bedrijf, dat in het huidige Baaijens Industrial Equipment van zoon Boy en kleinzonen Marc en Tom een vervolg heeft gekregen. De door Ties opgerichte Baaijens-Oss n.v. is eind jaren ’70 overgenomen door Protecon. De geschiedenis van M. Baaijens Constructiewerkplaats – Lasinrichting, in 1967 overgegaan in de naamloze vennootschap Baaijens-Oss, leest als een jongensboek. Ties werd begin 1912 geboren als zoon van een smid. Alvorens hij het bedrijf van zijn vader direct na de oorlog overneemt, werkte hij in de technische dienst van Zwanenberg, waar hij zich ook verder bekwaamde als elektrisch en autogeen lasser.
ELECTRISCHE SMEDERIJ In de beginjaren was het smidsvuur aan de Kromstraat in Oss nog altijd een centraal punt; het beslaan van paarden een bijna dagelijkse activiteit. Vooral dankzij de plaatselijke industrie en met name Zwanenberg nam het werk in de naoorlogse opbouwjaren toe. Baaijens moest uitbreiden en bouwde een nishut in de aangrenzende boomgaard. Er kwam zelfs een heuse draaibank. Voor de oorlog was ijzer de norm, na de oorlog gevolgd door gegalvaniseerd ijzer om kort daarna plaats te maken voor het zachte, roestvrijstalen metaal aluminium. Om de door de vleesverwerkende industrie in Oss gevraagde producten te kunnen leveren, waren speciale lastechnieken nodig. Het in 1951 als ‘Electrische Smederij met Lasinrichting M. Baaijens’ bij de KvK ingeschreven bedrijf investeerde in deze apparatuur en vakbekwame mensen. De korven, bakken, tafels, sterilisatieketels, pijpleidingen en andere producten werden afgevoerd met de bakfiets en paard en wagen.
ZWANENBERG EN HARTOG In 1955 werd besloten een nieuwe hal te bouwen op de plek van de boomgaard en nieuwe investeringen werden gedaan in verspanende en niet-verspanende apparatuur. Begin jaren ’60 werd een draaierij gebouwd naast de bestaande werkplaats en geïnvesteerd in nieuwe draai- en freesbanken. In 1963 verrees een grote montagehal met opnieuw nieuwe machines als kantbank, guillotineschaar en platenwalsen. Vanuit het hele land kwamen de opdrachten, vooral ook van de dochterbedrijven van Zwanenberg en Hartog. De eerste rvs transportbanden en rvs ketels voor Organon werden geproduceerd en de eerste droog- en rookkamers werden in eigen huis ontwikkeld. Baaijens veranderde van constructiebedrijf langzaam maar zeker in een machinefabriek, waar een tijdlang zelfs mobiele kranen worden gebouwd.
BOTTENPERS Eind jaren zestig besloot Baaijens-Oss zich volledig te richten op de vleesverwerkende industrie. Er ontstonden samenwerkingen met onder andere Belam in Uden en Seffelaar & Looijen in Oldenzaal, dat toen al een internationaal verkoopnetwerk had. Baaijens nam deel aan internationale beurzen als de IFFA in Frankfurt en de AMI in Chicago. In Engeland werd een eigen verkoopkantoor opgericht. Drainkarnen, pekelinjectoren en hammenpersen werden in serie gebouwd, maar de uitvinding van de bottenpers voor het separeren van vlees van beenderen – een revolutie in de vleesverwerkende industrie – leidde helaas niet tot de verwachte expansie bij Baaijens, maar resulteerde uiteindelijk in de overname van Baaijens door Protecon. Het bloed kroop echter waar het niet gaan kon, zodat zoon Boy Baaijens enkele jaren later zijn Baaijens Industrial Equipment (BIE) oprichtte met enkele exclusieve vertegenwoordigingen, waaronder die van het Deense Fomaco (pekelinjectoren). De naam Baaijens is dus al bijna driekwart eeuw verbonden met de vleessector en die relatie wordt bestendigd door de derde generatie Baaijens in de personen van Boy’s zonen Marc en Tom bij BIE in Oss.
| |
Trefwoordenlijst voor meer informatie |