Consument nono in nanoAuteur: dr. Gijs EikelenboomNanotechnologie wordt beschouwd als dé technologie van de 21ste eeuw, maar wat houdt dit begrip eigenlijk in? Het wordt op talloze manieren toegepast in producten, maar nog relatief weinig in voeding. Foodmultinationals werken hard aan deze toepassing, omdat nanotechnologie grote perspectieven biedt. Hieraan zijn echter ook veiligheidsaspecten verbonden. Het is de vraag of we dezelfde kant opgaan als met genetisch gemodificeerde gewassen (GMO’s). Wageningen UR onderzocht hoe de Nederlandse consument tegenover nanotechnologie staat en doet aanbevelingen over de toekomstige rol van de ‘stakeholders’.
Er bestaan verschillende definities van nanotechnologie. Volgens de Dikke Van Dale gaat het om een technologie ‘die zich bezighoudt met de ontwikkeling van materialen en componenten die het formaat hebben van individuele atomen en moleculen, namelijk 0,1 tot ongeveer 100 nanometer’. Eén nanometer is een miljardste meter. Om een idee te geven: één nanometer is de lengte die je duimnagel groeit, als je er drie seconden naar kijkt.
BREDE TREND Nanotechnologie is geen specifiek gebied van onderzoek en ontwikkeling, maar een overkoepelende term voor een brede, technologische trend. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen het gebruik van nanodeeltjes in allerlei toepassingen - nano als product - en het gebruik van nanotechnologie in het productieproces, nano als proces. Door te werken op nanoschaal wordt het mogelijk om zowel organisch als niet-organisch materiaal aan te passen. Hierdoor kunnen materialen met nieuwe eigenschappen en een nieuwe generatie toepassingen worden gerealiseerd. Nanotechnologieën worden inmiddels toegepast op allerlei terreinen, zoals gezondheidszorg (geneesmiddelen en medische hulpmiddelen), ICT (computerchips), consumentenproducten (cosmetica en vuilafstotende kleding) en milieu (o.a. waterzuivering). In principe kan nanotechnologie ook langs de gehele keten in voedsel en landbouw worden toegepast, maar dat gebeurt momenteel nog weinig.
NANOLABORATIUM Veel foodmultinationals, zoals Kraft, Nestlé, Danone, Sara Lee en Unilever, beschikken inmiddels wel over een eigen nanolaboratorium of over contracten voor onderzoek met universiteiten. Zij onderzoeken hoe voedselproducten met behulp van nanotechnologie een meerwaarde kunnen krijgen in de vorm van verbeterde houdbaarheid, smaak, geur, kleur, viscositeit of gezondheidseffecten. Er is echter weinig transparantie over de resultaten van deze onderzoeken en wat bedrijven hiermee doen. Er zijn niet alleen door de mens ontwikkelde nanodeeltjes, maar ook natuurlijke nanodeeltjes, zoals in melk (caseïnemicellen, weiproteïnen) en mayonaise. In feite worden nanopartikels in de vorm van silicium al tientallen jaren in de voeding toegepast en als antiklontermiddel aan poedervormige sauzen en soepen wordt toegevoegd.
NANOZOUT Nanozout is zout waarvan de kristallen kleiner zijn dan 100 nanometer. De totale oppervlakte van 1 kg nanozout is dan ook veel groter dan die van dezelfde hoeveelheid gangbaar zout. Er is dus minder van nodig. Een goed voorbeeld hoe de eigenschappen kunnen veranderen door de kleinere afmetingen van de partikels. Zo bestaat er, in plaats van de gangbare olie-in-water-emulsies, een water-in-olie-emulsie waarvan de deeltjes een doorsnede hebben van minder dan 100 nanometer. Het gehalte aan vet in mayonaise en roomproducten kan daardoor met 40% dalen, zonder dat het mondgevoel of de smaak worden aangetast. Verdikkingsmiddelen of extra stabilisatoren zijn niet meer nodig.
NANOSENSOREN Mogelijke toepassingen van nanotechnologie in het productieproces zijn: een nanosensor als spray die pathogene micro-organismen als Salmonella kleurt en daarmee detecteert, of nanosensoren in ‘handheld’ apparatuur voor de opsporing van contaminanten. Door nanodeeltjes te incorporeren in een coating kan deze een antibacteriële werking krijgen. De coating zou kunnen worden toegepast in ruimten en bij apparatuur bestemd voor de voedselproductie. In voedingsmiddelen kunnen nanodeeltjes de beschikbaarheid van supplementen en nutriënten verbeteren. Door ze in te brengen in een capsule van nanodeeltjes worden ze beschermd tegen bijvoorbeeld door oxidatie veroorzaakte vernietiging en kan men ze op het juiste moment in de darm laten vrijkomen. Legio andere toepassingen van nanotechnologie zijn denkbaar.
NANONEXTNL Wageningen UR werkt op dit moment onder meer aan het verwerken van nanosensoren in verpakkingen, die de eigenschap hebben bederf te monitoren. Het gaat om één van de vele onderzoekprojecten in het kader van Stichting NanoNextNL, het samenwerkingsverband tussen bedrijfsleven en kennisinstellingen. Eerder dit jaar heeft men van het ministerie van EL&I 125 miljoen euro voor micro- en nanotechnologisch onderzoek ontvangen. Eenzelfde bedrag wordt opgebracht door het samenwerkingsverband van meer dan honderd bedrijven, universiteiten, kennisinstituten en universitaire medische centra. Kortom, nanotechnologie wordt als dé technologie van de 21ste eeuw beschouwd!
ACHTERBLIJVENDE KENNIS De stroomversnelling van nanotechnologietoepassingen staat nog haaks op de achterblijvende kennis over mogelijke risico’s. Omdat bekend is dat het inademen van ultrafijn stof - in mijnbouw of uit verbrandingsprocessen zoals in het verkeer - een rol speelt bij het ontstaan van longziekten, is men zich gaan afvragen of nanodeeltjes ook zulke problemen kunnen veroorzaken. Er zijn echter veel soorten nanodeeltjes, die heel verschillende eigenschappen kunnen hebben. De vragen over de risico's spitsen zich vooral toe op de onoplosbare, niet afbreekbare nanodeeltjes. Sommige experimenten wijzen inderdaad op effecten die niet toe te schrijven zijn aan de basisstof, maar aan de afmeting of (vezel)vorm van de deeltjes. De link met asbest is snel gelegd. Dit betekent niet dat alle nanobuisjes en nanovezels net zo gevaarlijk zijn als asbest. Bij toepassing van zulke nanomaterialen moet goed worden gekeken naar de mogelijkheid dat ze kunnen vrijkomen en kunnen worden ingeademd. Het RIVM heeft een Kennis- en Informatiepunt Risico’s (KIR) van nanotechnologie en onderzoekt de veiligheidsaspecten.
SCHRIKBEELDEN De voedingsindustrie en de overheid zitten niet echt te wachten op een controverse, zoals die is ontstaan rond de toepassing van genetisch gemodificeerde voedingsgewassen (GMO’s), laat staan een asbestscenario. Dat zijn natuurlijk schrikbeelden. Het duurt nog 2 tot 4 jaar voordat er Europese regelgeving is. De EU-verordening REACH is in principe toepasbaar te maken voor het beheersen van mogelijke risico’s van door de mens gemaakte nanodeeltjes. Omdat nanodeeltjes nu al in sommige producten zitten, wordt er wel voor gepleit een register te openen met meldplicht voor producten met nanodeeltjes. Zo kunnen consumenten zelf bepalen of ze deze producten willen kopen.
GEEN BEZWAAR Wageningen UR heeft recent het rapport ‘Consumentenperceptie van nanotechnologieën in voedsel en landbouw: een eerste verkenning’ gepubliceerd, onder eindredactie van Daniëlla Stijnen van Wageningen UR Food & Biobased Research. Opdrachtgever en financier van het onderzoek was het ministerie van EL&I. Volgens het rapport leeft nanotechnologie nauwelijks bij consumenten. Zij weten niet of nauwelijks wat het begrip inhoudt en zelfs na uitleg kunnen weinigen zich er iets bij voorstellen. Door te praten over concrete nanotechnologische toepassingen krijgen consumenten pas een beeld én een mening. Daarbij lijkt het merendeel van consumenten vooralsnog geen bezwaar te maken tegen deze toepassingen in voedsel en landbouw. De discussie in het publieke domein is tot dusver nauwelijks gegaan over de veiligheid van nanotechnologie, waardoor dit aspect nog in zeer beperkte mate een rol speelt in de consumentenperceptie. Zodra consumenten meer kennis en informatie hebben over zowel risico’s als over de daadwerkelijke toepassing in producten worden zij kritischer.
TECHNOLOGISERING Nanotechnologie lijkt geen probleem te zijn, zolang het in de ogen van de consument gaat om een natuurlijke toepassing. ‘Technologisering’ van voedselproducten blijkt veelal een issue voor consumenten te zijn: ‘Voedsel moet natuurlijk zijn en niet technologisch’. Als nanotechnologie deze technologisering verder ondersteunt, dan lijkt nanotechnologie weerstand op te roepen bij consumenten. Er is vrees voor nanotechnologie als ‘iets onnatuurlijks’. Nanotechnologische toepassingen die in de consumentenperceptie een bijdrage leveren aan de eigen gezondheid, de eigen behoefte aan (gebruiks)gemak of aan het milieu hebben een grotere kans van slagen.
BEHEERSEN ONZEKERHEID Voor de perceptie en de mogelijke acceptatie van nanotechnologie in voedsel en landbouw, is het volgens het rapport cruciaal hoe over nanotechnologie gecommuniceerd en maatschappelijk gediscussieerd zal worden. Dat geldt zowel voor de inhoud van de boodschap als voor wie de boodschap brengt. Het rapport zegt hierover: ‘Een belangrijke taak voor de overheid ligt in het beheersbaar maken van de onzekerheid over nanotechnologie. Dit impliceert onder andere het (laten) doen van onderzoek naar en het toezicht houden op de veiligheid van voedselproducten op basis van nanotechnologie, maar ook op het (laten) doen van onderzoek naar (toepassingen van) nanotechnologie en het monitoren van de consumentenperceptie. Er heerst over nanotechnologie veel onduidelijkheid en daardoor ook onzekerheid bij consumenten. De overheid heeft hier een taak om op korte termijn kaders te stellen: wat mag wel en wat mag niet, welke informatie is men verplicht te geven?’.
BELANGRIJKE AFWEGINGEN Voor bedrijven ligt er volgens het rapport een belangrijke taak in het creëren én duidelijk communiceren van relevante voordelen van nanotechnologische toepassingen in voedsel en landbouw. Zo voorkomen zij dat de maatschappelijke discussie alleen over risico’s zal gaan. Bedrijven zouden in samenspraak met de NGO’s ook een rol moeten spelen in het creëren van belangrijke maatschappelijke voordeel/nadeel-afwegingen. Het rapport constateert dat er in het onderzoek en in de berichtgeving over nanotechnologie de neiging bestaat om informatie over risico’s en informatie over voordelen gescheiden aan te bieden. De risico-informatie wordt dan vooral vanuit de hoek van volksgezondheid en milieu verspreid. Informatie over de voordelen komt vanuit de wetenschap en de economie. Door het creëren van deze twee losse informatiestromen is het aanbieden van een relevant maatschappelijk afwegingskader niet te sturen. De overheid zelf zou meer integrale informatie moeten ontwikkelen. Hoewel het merendeel van de consumenten volgens het onderzoek vooralsnog geen bezwaar lijkt te hebben tegen nanotechnologie en haar toepassingen in voedsel en landbouw, zou dit op termijn kunnen omslaan in een neiging tot afwijzing. Op deze neiging kan worden ingespeeld door informatiebronnen zonder enige autoriteit. Het rapport stelt daarom voor de consumentenperceptie regelmatig te blijven monitoren.
Bron: ‘Consumentenperceptie van nanotechnologieën in voedsel en landbouw: een eerste verkenning’ van Daniëlla Stijnen (eindredactie) en anderen (2011). Wageningen UR, Food en Biobased Research, Rapport 122
| |
Trefwoordenlijst voor meer informatie |