Online uitgaven

Bleu Frontiers

Auteur: Wim Busser

Meer dan de helft van de wereldwijde consumptie van vis, schaal- en schelpdieren is anno 2011 afkomstig uit aquacultuur. Met een jaarlijkse groei van 8,4% sinds 1970 behoort aquacultuur tot één van de snelst groeiende foodproductiesectoren ter wereld. In 2008 bedroeg de totale productie volgens de FAO 69 miljoen ton. De productiewaarde ligt momenteel op meer dan 70 miljard euro.

In het licht van de groeiende vraag naar dierlijke eiwitbronnen wordt aquacultuur gerekend tot een efficiënt productiesysteem met minder kwalijke gevolgen voor het milieu dan andere productievormen van voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong. Per gewichtseenheid zouden producten uit aquacultuur minder bijdragen aan de wereldwijde emissie van bijvoorbeeld stikstof en fosfor dan rund- en varkensvlees.

MILIEUBELASTING BEPERKEN
De vraag naar producten uit aquacultuur zal ook in de komende twee decennia blijven toenemen. De belangrijkste aanbevelingen in het recent verschenen rapport van het WorldFish Center en Conservation International, getiteld  ‘Blue Frontiers: Managing the environmental costs of aquaculture’, zijn dat de industrie haar efficiency kan opvoeren en de aan productietoename verbonden hogere milieubelasting verder moet beperken. De gevolgen voor het milieu van aquacultuur variëren overigens per land, regio, productiesysteem en soort.
Er zijn volgens het rapport voor aquacultuur nog veel mogelijkheden tot verbetering, onder meer door het vergaren en uitwisselen van kennis, technologieën en ‘best practices’, het investeren in research en innovatie en het intensiveren en versterken van wet- en regelgeving. Met name gericht op het op duurzame wijze tegemoet komen aan de toekomstige wereldbehoefte aan dierlijk eiwit.
Op basis van sinds 2008 door de FAO verzamelde data vergelijkt het rapport 75 verschillende productiesystemen in de aquacultuur om hun invloed te bepalen op verzuring, klimaatverandering, energiebehoefte en andere ecologische aspecten.

VOORAL IN AZIE
Meer dan 90 procent van de productie van kweekvis, schaal- en schelpdieren vindt plaats in China en de rest van Azië. China alleen is al goed voor 64% van de wereldproductie. Europa produceert 4,4%, Zuid-Amerika 2,7% en Afrika 1,6%. In China en de rest van Azië is karper de belangrijkste vissoort in aquacultuur. In Europa is dat zalm en in Afrika tilapia.
De gekweekte soorten met de hoogste milieubelasting zijn paling, zalm en garnalen als gevolg van de benodigde energie en visvoer. De minst milieubelastende soorten zijn schelpdieren als mosselen en oesters alsmede zee-algen, die aan het begin van de voedselketen zitten en geen extra voer nodig hebben.
Bij de productie van kweekzalm slaat de weegschaal wat milieu-impact betreft door naar de verkeerde kant, maar de productiemethodes in Noord-Europa, Canada en Chili blijken aanzienlijk efficiënter te zijn dan in China en andere Aziatische landen. Ook de productie van schelpdieren is in China duidelijk minder efficiënt dan in andere landen, zoals bijvoorbeeld Thailand.
Aquacultuur is inmiddels de belangrijkste bron van alle geconsumeerde algen (99%), karpers (90%) en zalm (73%) en levert 50% van de wereldwijde consumptie van tilapia, meerval, schelpdieren, krabben en kreeften.

ALTERNATIEF VOOR VISOLIE
Zalm is één van de meest populaire vissoorten in de V.S., Europa en Japan. De totale zalmproductie is sinds 1980 verdrievoudigd. Dit betreft met name de kweekzalm, waarvan tweederde wordt geproduceerd in Noorwegen en Chili.
Van alle vis die in de vorm van vismeel en visolie als visvoer wordt gebruikt, gaat ongeveer de helft naar de viskwekerijen. DuPont ontwikkelde een bruikbaar alternatief voor visolie in het voederrantsoen voor zalm met het gewenste gehalte aan EPA, het essentiële meervoudig onverzadigd omega-3 vetzuur. Voorheen was 4 kg vis nodig om voldoende visolie te maken om zalm 1 kg te laten groeien. Deze voederconversie zou dankzij dit alternatief kunnen worden teruggebracht tot 1:1 kg.

INNOVATIE EN KENNISUITWISSELING
Voor de toekomst rekent ‘Blue Frontiers’ met een groei, die volgens conservatieve schattingen leidt tot een productie uit aquacultuur van 85 miljoen ton in 2020 tot 110 miljoen ton in 2030. Op basis van de huidige ontwikkelingen voorziet WorldFish dat de productie vooral toeneemt in Zuid- en Zuidoost-Azië en de export uit belangrijke productielanden als China en Vietnam naar Europese en Noord-Amerikaanse markten blijft groeien.
Volgens Sebastian Troëng, vice-voorzitter van Conservation International, zijn de zorgen over de impact van aquacultuur op marine ecosystemen en de wilde visvangst reëel, maar gezien de overbevissing en soms dramatisch krimpende visbestanden is viskweek een aanvaardbaar alternatief. Voorwaarde is wel dat wordt geïnvesteerd in innovatie en kennisuitwisseling met het doel de milieu-impact voor kust en open water te minimaliseren. „Dit rapport laat helder zien naar welke vissoorten en productiesystemen in aquacultuur onze voorkeur moet uitgaan als we de gevolgen voor het milieu tot een minimum willen beperken,” zegt hij.

WFC en CI
Het onderzoek ‘Blue Frontiers: Managing the environmental costs of aquaculture’ is uitgevoerd door Landmark Report in opdracht van het WorldFish Center (WFC) en Conservation International (CI).
Het WorldFish Center is een internationale, non-profit en nongouvernementele researchorganisatie, die zich richt op de bestrijding van honger en armoede door visserij en aquacultuur duurzaam te verbeteren. Het WFC is één van de 15 leden van het Consortium van International Agricultural Research Centers. (www.worldfishcenter.org)
Conservation International stimuleert maatschappijen tot verantwoorde en duurzame zorg voor natuur, biodiversiteit en welzijn van mensen op basis van wetenschap en partnership met een sterke focus op veldwerk. De organisatie telt 900 medewerkers, die in meer dan 30 landen op 4 continenten actief zijn, en werkt wereldwijd samen met meer dan duizend partners. (www.conservation.org)


 
Trefwoordenlijst voor meer informatie