Online uitgaven

Consumenten van berenvlees klagen met de voeten

Auteur: dr. Gijs Eikelenboom

Op 30 november en 1 december vindt het internationaal congres ‘Boars heading for 2018’ in Amsterdam plaats. Meat&Co. vroeg Gé Backus, voorzitter van het organiserend comité en programmaleider van het onderzoeksprogramma ‘Stoppen met castreren’, naar de doelstellingen van het congres.

Castratie van beerbiggen is al geruime tijd een maatschappelijk issue. Nadat het CBL in juni 2007 besloten had geen vlees van onverdoofd gecastreerde biggen op de markt te brengen, werd later dat jaar het ‘Verdrag van Noordwijk’ gesloten. Hierbij hebben de stakeholders, inclusief de Dierenbescherming, besloten met ingang van 2015 castratie af te schaffen. Naar aanleiding daarvan zijn er twee onderzoekslijnen in Nederland opgezet. Bij de ene lijn werden methoden van verdoofd castreren onderzocht. Dit onderzoek heeft geleid tot een methode die in de praktijk ook wordt toegepast. De andere onderzoekslijn werd een groot meerjarig onderzoeksprogramma ‘Stoppen met castreren’,waarvan dr. ir. Gé Backus, hoofd van de afdeling Consument en Gedrag bij LEI Wageningen UR , programmaleider is.

DECLARATION OF BRUSSELS
Gé Backus: „Voor Nederland houden we voor het afschaffen van castratie nog steeds 2015 aan. Momenteel wordt naar schatting 35% van de beren in Nederland al niet meer gecastreerd. We willen geheel stoppen met castreren, maar dan op een manier die gedragen wordt door internationale marktpartijen. We exporteren immers veel varkensvlees. Tegelijkertijd willen we een duurzame oplossing. Dus niet het ene probleem vervangen door het andere, zoals bijvoorbeeld de onrust en onderlinge agressiviteit bij het houden van beren.”
De welzijnsproblematiek van de castratie speelt in meer Europese landen: Noorwegen, België, Zwitserland, Denemarken en ook in Duitsland. Op initiatief van Andrea Gavinelli, hoofd van de Unit Animal Welfare van de Europese Commissie, is begin dit jaar een ‘Declaration of Brussels’ aangenomen. Vertegenwoordigers van de varkenshouders, vleesindustrie, handelaren, wetenschappers en de NGO’s committeerden zich daarbij aan een plan om in 2018 de chirurgische castratie vrijwillig in Europa af te schaffen.
„In de Europese  landen en internationale markten zijn er echter veel verschillende gezichtspunten op het gebied van wel en niet castreren,” weet Backus. „Tegelijkertijd verkeren de landen in verschillende fasen, in het traject naar afschaffing van castratie. Om kennis, ervaringen en feiten uit te wisselen tussen de verschillende landen, organiseren we het congres ‘Boars heading for 2018’.”

CONSUMENTENACCEPTATIE
Het congres vindt plaats op 30 november (aanvang 17.30 uur) en 1 december in het Mint Hotel in Amsterdam. Gavinelli is hoofdinleider op het congres; staatsecretaris Henk Bleker sluit het af. Backus: „De bedoeling is het congres in te gaan met een ‘open mind’, want er zijn veel vooringenomen beelden over berengeur. We gaan de balans opmaken. Waar staan we in Europa? Wat zijn de knelpunten en de bijbehorende oplossingsrichtingen voor de verschillende Europese landen? Hoe kan daarmee voortgang worden gemaakt? Wat kunnen we leren van elkaar?
Naast de verhalen met aansluitende  discussies, is contacten leggen en netwerken een belangrijk aspect. Het congres biedt ons tevens de mogelijkheid een tussenbalans van het Nederlandse onderzoeksprogramma op te maken en onze opgedane kennis en ervaring uit te wisselen met andere landen.”
Het onderzoeksprogramma ‘Stoppen met castreren’ dat gelijkelijk gefinancierd wordt door overheid en bedrijfsleven, loopt tot 2013. Het LEI werkt samen met de Livestock Sciences Group van Wageningen UR in Lelystad en het bedrijfsleven.
„In het onderzoeksprogramma kennen we verschillende modules,” licht Backus een tipje van de sluier op. „In de module ‘Consumentenacceptatie’ hebben we onder meer onderzoek gedaan naar de stoffen androstenon  en skatol, die afzonderlijk of in combinatie in verband worden gebracht met berengeur. Androstenon is een manlijk pheromoon (lokstof) dat nauw gelieerd is aan testosteron. Skatol wordt in de darm gevormd door afbraak van een bepaald aminozuur. We hebben gekeken naar de relatie van deze stoffen met de resultaten van een beoordeling door een technisch panel van experts en een consumentenpanel. Er is geen nul-situatie.
Ook zeugjes hebben skatol. Uit Frans onderzoek blijkt dat lage gehalten aan skatol de tolerantie voor androstenon hoger maakt. 30% van de consumenten ruikt trouwens androstenon helemaal niet, 20% vindt het lekker en 50 procent vindt het vies. Zelf hebben we een groot veldonderzoek gedaan in de thuissituatie met berenvlees met een door experts vastgestelde sterk afwijkende geur. Er blijkt geen leereffect te zijn bij herhaald aanbieden. Consumenten klagen nauwelijks over het vlees. Wel is er geen navraag meer. Consumenten van varkensvlees klagen dus wel met de voeten.”

FOKKERIJ EN VOEDING
Programmaleider Backus legt uit dat bij de module ’Detectie’ in het onderzoek de nadruk lag op het ontwikkelen van een vangnet om de gevallen van berengeur in het slachthuis te detecteren om ze vervolgens uit te kunnen selecteren. „Er is in dit onderzoek gebruik gemaakt van technische panels. Daarnaast zijn allerlei technische en technologische laboratoriummethoden onderzocht om berengeur objectief vast te stellen. We hebben, samen met de praktijk, een standaardprotocol ontwikkeld voor het met de neus testen op berengeur onder praktijkomstandigheden. Een andere belangrijke module is ‘Fokkerij en voeding’. Gehalten aan androstenon en skatol blijken zodanig erfelijk te zijn, dat het perspectieven biedt om er tegen te selecteren en fokken. Naar deze mogelijkheid vindt veel onderzoek plaats, waarbij o.a. gebruik wordt gemaakt van ‘genomics’ en bepalingen van skatol en androstenon.”

EUROPEES FEESTJE
„We hebben ook een enquête uitgevoerd op 100 varkensbedrijven naar risicofactoren voor het optreden van berengeur,” vertelt Gé Backus. Het bleek dat verhoogd agressief gedrag van beren op het bedrijf, met een verhoogde kans op berengeur gepaard ging. Uit onderzoek is ook naar voren gekomen dat de voerstrategie (voerniveau) en de voersamenstelling invloed hebben op het optreden van berengeur, maar uiteraard ook op groei, voederconversie en slachtkwaliteit.
„In de module ‘Economische evaluatie’ wordt nagegaan hoe de gevolgen zijn van de verschillende strategieën om de frequentie van berengeur te verminderen. In de onderzoeksmodule ‘Boerderijmaatregelen’ wordt het optimale houderijmanagement voor het houden van beren nagegaan. Alhoewel we met de rapportage van al die kennis en ervaring uit het onderzoeksprogramma een behoorlijke inbreng zullen hebben op het congres, is het niet de bedoeling dat het een ‘Hollands feestje’ wordt. Het is tenslotte een Europees issue, dat in Nederland wat sneller op de agenda is gekomen,” besluit de voorzitter van het organiserend comité.


 
Trefwoordenlijst voor meer informatie