Herkomstetikettering vlees: Kaarten lijken geschudAuteur: Wim BusserHet is niet duidelijk waarom na de invoering van en de ervaringen met een verplichte herkomstaanduiding van rundvlees, dit nu ook in de varkens- en pluimveehouderij wenselijk zou zijn. Country Of Origin Labeling (COOL) zou wellicht voordelen kunnen bieden aan lidstaten die bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid en kwaliteit bovengemiddeld presteren binnen de EU, maar voegt niets toe in het kader van voedselveiligheid. Het levert evenmin een bijdrage aan een betere traceerbaarheid. Naar aanleiding van een verzoek van het Europees Parlement heeft de Raad van Ministers ingestemd om, naast rundvlees, nu ook ook varkens-, schapen- en geitenvlees en gevogelte te onderwerpen aan een verplichte herkomstaanduiding. Het is welhaast zeker dat ook de Europese Commissie het standpunt van het EP overneemt, maar zich (vooralsnog) zal beperken tot ‘single ingredients producten’. Een door het EP gewenste labelling van vlees dat onverdoofd is geslacht, stuit zoals het zich nu laat aanzien op een veto van de Raad en de Commissie. VNO-NCW en MKB Nederland hebben zich tegen de ‘land-van-oorsprong-etikettering’ verklaard, omdat deze naar het oordeel van de werkgeversorganisaties puur protectionistisch en belastend is voor de douane en schadelijk voor Europese en Nederlandse bedrijven, schijninformatie geeft aan de consument, op gespannen voet staat met de WTO en een volstrekt verkeerd internationaal signaal afgeeft.
BSE-CRISIS Sinds 2000 is het verplicht om bij rund- en kalfsvlees informatie te geven over de herkomst van het vlees. Dit geldt in de hele Europese Unie. Aanleiding voor deze verplichting was de BSE-crisis in 2000 en de daarmee samenhangende verminderde consumptie van rundvlees. De EU stelt in de verordening dat ‘producten juist en duidelijk dienen te worden geëtiketteerd om het vertrouwen van de consument in rundvlees te behouden en te doen toenemen en hem niet te misleiden’. De verplichte herkomstaanduiding geldt voor onbereid rund- en kalfsvlees. Dat is rauw vlees waaraan geen levensmiddelen, kruiden of additieven zijn toegevoegd. Rund- en kalfsvlees worden geëtiketteerd met land van geboorte, van afmesten, van slacht en van uitsnijden. De etiketteringsregeling voegt toe dat ook dieren die een verschillende oorsprong hebben apart moeten worden gehouden. De Algemene Levensmiddelen Verordening (2002) verplicht tot het kunnen terugtraceren per schakel waar de dieren vandaan kwamen. Deze verplichting is in 2005 ingegaan. Ondanks dat de Nederlandse vleessector sterk internationaal is georiënteerd, heeft de herkomstaanduiding in de rund- en kalfsvleessector niet geleid tot handelsbelemmeringen en verschuivingen in handelsstromen.
ANDER PROBLEEM Uit de ervaringen in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk kan worden geconcludeerd dat er duidelijk belangstelling is voor informatie over de herkomst van voedsel, zowel bij consumentenorganisaties als bij de overheid en het bedrijfsleven. Het is de vraag of een nationaal herkomstsysteem voor consumenten echt relevant is. Over de werkelijke behoefte van consumenten is in deze weinig bekend. Weliswaar blijken veel consumenten de voorkeur te geven aan producten van eigen bodem, maar de prijs blijft een belangrijke aankoopprikkel. Het bedrijfsleven en de overheid zijn verantwoordelijk voor de voedselveiligheid. Een systeem van nationale herkomstaanduiding heeft geen relatie met voedselveiligheid. Binnen de EU is de regelgeving ten aanzien van voedselveiligheid overal gelijk, althans voor de exportwaardige EU-erkende slachthuizen en vleesverwerkende bedrijven. Toch is er de perceptie dat het voedsel niet overal even veilig zou zijn, maar als er geen vertrouwen zou zijn in de uitvoering en de handhaving van de regelgeving ten aanzien van voedselveiligheid, hebben we een heel ander probleem.
GEEN MEERWAARDE In de slachterijen en de uitsnijderijen, ook in de varkens- en pluimveevleessector, wordt al gewerkt met 'registratiesystemen' waarbij de traceerbaarheid van producten gegarandeerd is. Van het eindproduct is de herkomst bekend (houderij en slacht). Deze systemen zijn de laatste jaren mede naar aanleiding van de dioxinecrisis in België ingevoerd. Ook afnemers eisen dat in het geval van problemen met een product snel en accuraat de herkomst kan worden herleid. De 'General Food Law' met de eis tot terugkoppeling tot de voorgaande schakel heeft het belang van informatieverzameling verder versterkt. De informatie over de herkomst van dieren en vlees is dus al bekend. Het gaat dan om gegevens over de bedrijven van herkomst en niet direct om het land van herkomst. Conclusie is dat in een situatie waarin de traceerbaarheid technisch goed geregeld is, een nationale herkomstaanduiding in dit verband geen meerwaarde heeft. Mochten retailers voorkeur hebben voor bepaalde herkomstlanden en daar ook voor willen betalen, dan zou het bedrijfsleven zelf wel met een privaatrechtelijk georganiseerd systeem kunnen komen.
MISLEIDING Vermelding van de oorsprong levert geen directe informatie op over de intrinsieke kwaliteit van het product. Bij rundvlees is er mogelijk wel een indirecte relatie met kwaliteit, omdat landen verschillende runderrassen gebruiken. Voor varkens en pluimvee speelt dat niet of nauwelijks, omdat fokkerijorganisaties op wereldschaal opereren met veelal dezelfde rassen en lijnen. Tegelijk blijkt dat in de internationale business-to-businessmarkt voor pluimveevlees klanten voorkeuren hebben voor producten uit een bepaald land of regio, die ingegeven zijn door prijstechnische redenen, het veterinair beleid, hygiënische omstandigheden of productspecifieke kenmerken. In deze markt wordt dus wel een duidelijke relatie gelegd tussen de kwaliteit van het pluimveevlees en het land van herkomst. In de pluimveesector wordt alleen het EG-nummer van de slachterij of de uitsnijderij op de verpakking vermeld. Dat is de huidige herkomstaanduiding van pluimveevlees (het 'ovaaltje'). Zo kan kipfilet uit bijvoorbeeld Brazilië of Polen, dat in Nederland alleen een laatste bewerking heeft ondergaan, in Duitsland als 'Nederlandse kip' worden verkocht. Sommigen beschouwen dit als misleiding van de consument in plaats van transparantie.
LAATSTE BEWERKING Voordeel van een EU-etiket boven een nationaal etiket is dat het weinig tot geen gevolgen heeft. De extra kosten blijven laag omdat alle aanvoer van dieren uit Nederland en de omringende landen komt. Ook zal er vrijwel geen sprake zijn van handelsbelemmeringen. Daar staat tegenover dat een EU-etiket nauwelijks iets toevoegt aan de bestaande informatie. Op het huidige etiket staan ook al EG, landencode (voor Nederland NL) en een nummer van slachterij of uitsnijderij vermeld. Deze informatie heeft overigens uitsluitend betrekking op het bedrijf en het land waar de laatste bewerking op het vlees is uitgevoerd. Ook bij een eenvoudige bewerking als marineren of kruiden krijgt vlees van buiten de EU een EU-vermelding. Vlees uit derde landen komt niet in de Nederlandse supermarkten terecht, maar voornamelijk in de verwerkende industrie en de foodservice. Wel wordt pluimveevlees uit derde landen bewerkt en als Nederlands vlees naar onder andere het Verenigd Koninkrijk geëxporteerd. Bij een herkomstaanduiding op basis van gehouden en/of geslacht zal dit vlees in de toekomst geen EU-etiket meer krijgen. Dit etiket is vooral voor kleinere bedrijven een stuk eenvoudiger en daardoor minder kostenverhogend. Tegelijk is de informatieve waarde voor de consument zeer beperkt.
EXTRA KOSTEN De etikettering brengt wel directe kosten met zich mee in de vorm van administratieve lasten en extra arbeid. Voor de Nederlandse vlees- en eiersector zou het kunnen gaan om een jaarlijkse (directe) kostenstijging door administratieve lasten van tenminste € 15 tot 25 miljoen. In de rundvleessector kost de huidige regeling € 8,5 tot 12 miljoen per jaar, vooral voor de grote vleesverwerkende bedrijven. De kosten voor de kalfsvleessector bedragen jaarlijks € 8 miljoen in de primaire bedrijven en de verwerking. Ook voor de Nederlandse varkensvleessector rekent men met een kostenverhoging als gevolg van administratieve lastenverzwaring en extra personeel. In de pluimveevleesindustrie worden zeer uiteenlopende bedragen genoemd, van minder dan 1 tot zelfs 10 à 15 cent per kilogram product. Bron o.a.: LEI-rapport ‘Herkomstaanduiding van vlees: nationaal of Europees?’
NEPLUVI: ‘Geen verschil binnen EU’ De standpunten van het bedrijfsleven over herkomstaanduiding zijn divers. Per sector of bedrijf wordt de voorkeur voor een etiket met nationale herkomstaanduiding sterk bepaald door de kansen en bedreigingen die men ziet op het terrein van vermarkting. Sommigen tonen zich een tegenstander, omdat de etikettering handelsbelemmerend werkt. Tegelijk wordt gesteld dat een EU-label wel nuttig kan zijn om derde landen van de EU-markt te weren. De Vereniging van de Nederlandse Pluimveeverwerkende Industrie NEPLUVI wil uitsluitend het verschil EU versus niet-EU (met vermelding derde land) via de informatie op het etiket van pluimveevlees inzichtelijk maken en vindt dat dit waarde heeft voor de consument. „Binnen de EU wil NEPLUVI geen verschil maken. Daar is immers sprake van vrij handelsverkeer en de productievoorwaarden zijn in alle lidstaten gelijk,” zegt algemeen secretaris Peter Vesseur. NEPLUVI wil geen ‘overload’ aan informatie naar de consument en bepleit daarom alleen de vermelding van ‘geslacht in’ (danwel ‘gehouden in’) de EU of niet-EU, waarbij in het laatste geval ook het derde land vermeld wordt. Nederland behoort met dit standpunt op Europees vlak tot een minderheid. In a.v.e.c.-verband, de Europese associatie van de handel in en de verwerkers van pluimveevlees, is een meerderheid voor vermelding van de lidstaat.
COV: ‘Herkomst NL kan voordelen hebben’ De Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) vindt dat de Nederlandse productiekolom een goed verhaal te vertellen heeft en echt onderscheidend is/wordt, zowel wat betreft kwaliteit en voedselveiligheid als duurzame productie (m.n. dierenwelzijn, voedselveiligheid, maar toch ook milieu). Algemeen secretaris Richard van der Kruijk: „Dit zijn usp’s waarvoor binnen Europa, vooral bij grote afnemers, steeds meer aandacht komt. In die zin kan een verplichte herkomstvermelding NL in het voordeel van de sector werken. Het is dan wel van belang dat we alleen de herkomst benoemen van land van (laatste) verwerking (mesten en slachten) en niet van geboorte van de dieren.” De COV vindt het tevens belangrijk dat de regelgeving direct voor alle diersoorten gelijkgetrokken wordt. „Dus niet alleen voor varkensvlees, maar dus ook voor rundvlees en kalfsvlees. Een level playing field op dit terrein zou een aanzienlijke reductie van administratieve lasten en kosten betekenen voor die sector,” aldus de COV/VNV-secretaris. De COV benadrukt bij monde van haar algemeen secretaris wel dat het zeer ongewenst zou zijn als deze verplichting uitgebreid zou worden richting samengestelde producten. „Het moet voor de consument wel een meerwaarde bieden en begrijpelijk blijven. De voorbeelden van etiketten voor populaire samengestelde producten op basis van een verplichte aanduiding van de herkomst wijzen dit uit. Wij pleiten ook nadrukkelijk voor een andere en meer efficiënte vorm van etikettering.” Daarbij zou, volgens Richard van der Kruijk, op het etiket slechts een aantal relevante (vaste) gegevens moeten worden vermeld, zodat de consument via een barcode (op een scherm in de winkel, op internet of op zijn mobiel) de aanvullende (mogelijk ook variabele) gegevens van het product zou kunnen raadplegen. Voor producenten van samengestelde producten is het volgens de COV van groot belang om adequaat te kunnen reageren op gewijzigde marktomstandigheden (prijs, kwaliteit, maar ook ingeval van een dierziekte beschikbaarheid) en hun grondstoffen snel elders te kunnen sourcen zonder dat daarmee alle etiketten vervangen moeten worden. Dit laatste is in lijn met de visie van de Vereniging voor de Nederlandse Vleeswarenindustrie (VNV) en de Europese branche-organisatie voor de vleesverwerkende industrie Clitravi.
FEBEV: ‘Vlees is het kind van de rekening’ Binnen de Belgische vleessector wordt het thema uiteraard ook besproken en is men in het algemeen van oordeel dat COOL negatieve gevolgen kan hebben. Volgens gedelegeerd bestuurder Thierry Smagghe van FEBEV, de Federatie van het Belgisch Vlees, ervaren de uitvoerende landen de verplichte herkomstetikettering als een protectionistische maatregel. „Landen als Frankrijk varen hier wel bij en zijn ook de trekkers van dit voorstel,” zegt hij desgevraagd. „Het is volledig in strijd met hetgeen wij als klein landje willen bereiken, namelijk een EU-labeling naar derde landen toe, zodanig dat Born and Raised ook Born and Raised EU wordt.” Volgens Thierry Smagghe was er binnen de UECBV, de Europese vee- en vleeshandelsorganisatie, meer tegenstand. „We hebben het pleit echter verloren en vlees is het kind van de rekening. Aanvankelijk zou de origine van alle ingrediënten vermeld moeten worden. Stel je voor welke landen allemaal niet op een pizza zouden moeten staan. De consument ontvangt dan een telefoonboek met een pizza erbij!”
| |
Trefwoordenlijst voor meer informatie |