Boars heading for 2018Auteur: dr. Gijs Eikelenboom Ruim 130 deelnemers uit 8 EU-lidstaten namen deel aan het congres ‘Boars heading for 2018’ afgelopen december in Amsterdam. De doelstelling van de ‘Declaration of Brussels’ uit 2010 is dat in 2018 de castratie van mannelijke biggen in Europa is afgeschaft. Het congres onderstreepte de leidende rol die Nederland hierbij heeft. Tegenstanders, twijfelaars en voorstanders van castratie kwamen aan het woord. De Italiaan Andrea Gavinelli, hoofd van de Afdeling Welzijn van het DG Gezondheid en Consumenten (Sanco) van de EU, verricht de opening van het congres. Hij vertelt over de doelstelling van de ‘Declaration of Brussels’: een vrijwillige beëindiging van de castratie van mannelijke biggen in 2018 in Europa. Het is in feite een open invitatie aan elke partij in de varkenssector en de retail om dit initiatief te ondersteunen. Een groot aantal partijen heeft inmiddels getekend.Gavinelli verwijst naar een recente tender van de EU, waarin ruim 1,3 miljoen euro beschikbaar is gesteld voor onderzoeksprojecten. Het programma omvat naast het ontwikkelen van referentiemethoden (€350.000), onderzoek naar consumentenacceptatie in de verschillende EU-landen en derde landen (€250.000) en naar snelle detectiemethoden voor berengeur (€150.000). Verder is geld beschikbaar voor onderzoek naar fokkerij, houderij, voeding en management, alsook naar de economische aspecten. Binnenkort komt er een Europese website, die moet gaan functioneren als uitwisselingsplatform voor onderzoekers en bedrijfsleven. Er komt jaarlijks een voortgangsverslag en in september 2012 zal er een volgend congres over dit onderwerp worden gehouden.
Marktacceptatie Gé Backus, voorzitter van het organiserend comité, constateert dat de Nederlandse retailbedrijven in 2011 een grote stap voorwaarts hebben gezet door vlees van beren te gaan verkopen. „Retailers en foodservice verkopen geen vlees van gecastreerde varkens meer en hebben voordeel van de betere reputatie die dat met zich meebrengt. Vergelijken we 2011 met 2010 dan zien we dat de consumptie van varkensvlees in Nederland dezelfde ontwikkeling laat zien als pluimveevlees. De marktacceptatie is in Nederland een feit. Circa 40% van de biggen in Nederland wordt niet meer gecastreerd.” Het bereiken van de doelstellingen van de ‘Declaration of Brussels’ moet het volgende streven zijn.Backus toont aan de hand van onderzoeksgegevens aan dat de belangstelling in de media voor het castratie-issue in Nederland de laatste tijd afneemt, maar in Duitsland, Frankrijk en Italië juist toeneemt. „Er is een groeiend gevoel ten aanzien van de urgentie, al zijn er verschillen tussen landen. Elk land heeft echter een eigen tempo waarin de verandering zich voltrekt. De houding en de activiteiten van NGO’s zijn vaak van doorslaggevend belang.”
Mythen en sagen Backus noemt in zijn presentatie ook een aantal mythen en sagen over berengeur, dat wat hem betreft dient te verdwijnen. „Het is onjuist dat 20% van de beren behept zou zijn met berengeur. Het werkelijke percentage is 2 tot 5%. Ook het idee dat gelten en borgen geen berengeur kunnen hebben is onhoudbaar. Eén van de stoffen die verantwoordelijk wordt gehouden voor berengeur is skatol; de andere stof is androstenon. In tegenstelling tot androstenon is skatol niet geslachtspecifiek. Skatol kan namelijk ook bij gelten en borgen berengeur geven. Het klopt echter niet dat skatol als voornaamste component wordt gezien van berengeur; ook androstenon speelt bij beren een belangrijke rol. Consumenten houden niet van adrostenon, zegt men wel. Ook dat is onjuist. 30% ruikt het niet en 20% vindt het zelfs lekker ruiken. Men stelt voorts dat berengeur vererft via de berenlijn. Ook dat is niet juist, want de hoogste gehalten aan androstenon en skatol komen voor in de zeugenlijnen.” Oplossingen voor het probleem van berengeur zijn volgens Backus een combinatie van preventieve maatregelen op het gebied van fokkerij, voeding en management in de houderij met daarnaast een vangnet aan de slachtlijn in de vorm van een reuktest op afwijkende geur. Adequate huisvesting en voeding kunnen het eventuele probleem van agressief gedrag van beren verminderen. Backus benadrukt tenslotte dat het voor de realisatie van de doelstelling in de Declaration of Brussels - een eind aan castratie in 2018 - van cruciaal belang is dat men bereid is van elkaar te leren.
NGO’s De Declaration of Brussels is naar de mening van Michel Courat van de Eurogroup for Animals een belangrijke stap voorwaarts met het oog op het welzijn van varkens, maar heeft een ‘follow up’ nodig. „Er is een dringende behoefte om relaties tussen stakeholders te bouwen en te versterken. Die partijen die nog niet getekend hebben, zouden dat nu alsnog moeten doen. Geen enkele partij zou moeten achterblijven,” aldus Courat. Hij constateert dat er aanzienlijke verschillen zijn tussen lidstaten in ambities en activiteiten op dit terrein. De sleutel voor het succes is vooral in handen van retail en foodservice. „Deze bedrijven kunnen de ambitie van de Declaration of Brussels afdwingen in de keten. De NGO’s zullen waar mogelijk ondersteunend zijn in dit proces, maar ook waakzaam,” aldus Courat, die zijn waardering uitspreekt voor het feit dat alles op vrijwillige basis gebeurt en over de leidende rol die Nederland hierin heeft.
Parmaham „Italië moet een speciale uitzonderingspositie in de voorgestelde doelstelling van de Declaration of Brussels krijgen,” vindt Marcello Marchesi, die de Italiaanse vleesindustrieorganisatie Assocarni vertegenwoordigt. ,,Parmaham is een PDO-product (Protected Designation of Origin) en één van de oudste en meest bekende karakteristieke producten van Italië. Voor Parmaham worden zware hammen gebruikt, afkomstig van karkassen met een gemiddeld gewicht van circa 127 kg. Het is onmogelijk dat met intacte beren te realiseren. Drie maanden voor ze het slachtgewicht bereiken, zijn ze al geslachtsrijp.”Marchesi verwijst naar onderzoek, waarbij beren tijdens de mestperiode tweemaal tegen berengeur gevaccineerd werden met Improvac van Pfizer. „Deze immunovaccinaties resulteerden niet in een ham, die voldeed aan de specificaties wat betreft spekdikte en afwerking voor Parmaham.”
Geen berenvlees „Wij hebben een enquête gehouden onder de top 100 van onze cliënten. Van hen wil 98% geen berenvlees. 2% was neutraal of wilde expliciet beren,” vertelt Hubert Kelliger, hoofd verkoop van Westfleisch in Duitsland. „Wij tekenen daarbij wel aan dat er vaak een verschil is tussen wat men zegt en wat men doet. Dat zal vrijwel zeker het geval zijn als het over berenvlees gaat.” Westfleisch slacht 6,5 miljoen varkens per jaar, waarvan 49% wordt geëxporteerd.Kelliger vervolgt: „Wij slachten momenteel 2500 tot 3000 beren per week, waarvan circa 3% een sterke berengeur heeft. Sommige boeren hebben problemen met het houden van beren en zijn ervan teruggekomen. Hoe goed is de effectiviteit van het vangnet bij hoge slachtsnelheden en wat te doen met de karkassen die bij het testen berengeur hebben?” Kelliger ziet voor de realisatie van de Declaration of Brussels nogal wat beren op de weg. In de wandelgangen vernemen we dat Tönnies in Duitsland overigens al wel 15.000 beren per week slacht!
Beren houden „Varkenshouders willen een eind maken aan de castratie van mannelijke biggen, maar we hebben de steun nodig van alle partners in de keten,” houdt Annechien Ten Have-Mellema, voorzitter van de vakgroep varkenshouderij van LTO Nederland, de aanwezigen voor. Zij wijst er op dat de Europese koepelorganisatie van boeren ‘Copa Cogeca’ mede-ondertekenaar is van de Declaration of Brussels.Ten Have heeft zelf een gecombineerd fok/mestbedrijf van ruim 300 zeugen. Zij heeft al 15 jaar ervaring met het mesten van beren. Met beren worden betere technische resultaten bereikt dan met met borgen, waardoor het saldo van opbrengst en kosten met ongeveer 7 euro per varken verbetert. Ook het bewerkelijke castreren blijft achterwege. „Werken met beren is niet moeilijk, maar het is anders. De onrust, het rijgedrag en eventuele andere problemen bij het houden van beren zijn naar mijn ervaring acceptabel. We moeten kijken of de oplossingen die de onderzoekers daarvoor bedenken in de praktijk ook werken,” aldus Ten Have. Retail en NGO’s roept Ten Have op tot een maximale inspanning om marktacceptatie te verkrijgen en om samen met de varkenshouders de uitdaging aan te gaan om de doelstellingen van de Declaration of Brussels voor 2018 te realiseren.
Elektronische neus De Spaanse Angels Oliver, hoofd van het IRTA Product Quality Department van de Universiteit van Barcelona, geeft een overzicht van de uitdagingen waarvoor het onderzoek staat. Marktacceptatie, de behoeften van de consument en consumentengedrag dienen daarbij volgens haar centraal te staan. „Koopbeslissingen zijn gebaseerd op kennis, maar ook op emotie. Er is een grote variatie in methoden en criteria, waarmee berengeur wordt vastgesteld. Er is veel meer harmonisatie nodig. De door de EU uitgeschreven tender op dit gebied is een goede stap in die richting.” Oliver ziet de menselijke neus als een tijdelijke oplossing en wijst op de mogelijkheden die biosensoren en de elektronische neus in de toekomst zouden kunnen bieden.
Geen probleem In workshops vinden intensieve gedachtewisselingen plaats over de problematiek. Marc Jansen, directeur van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), zegt in de slotzitting dat de verkoop van vlees van beren voor de Nederlandse supermarktbedrijven absoluut geen probleem is. Dat geldt ook voor de beide retailbedrijven van Duitse oorsprong, die hun berenvlees uit Duitsland betrekken.In zijn slotwoord roept de voorzitter van het organiserend comité Gé Backus de deelnemers op om samen met alle stakeholders op weg te gaan om de doelstellingen van de Declaration of Brussels te realiseren. Het onderzoek wordt aangespoord om haast te maken en meer samen te werken, ook met de industrie. Backus en zijn team organiseerden aansluitend aan het congres een expertmeeting.
SKATOLDRAMA Begin jaren negentig werd in Denemarken een methode ontwikkeld, waarmee in vetmonsters van beren automatisch skatol kon worden bepaald. In Deense slachthuizen zijn 26 van die machines geïnstalleerd. Wij hebben dat systeem daar destijds in werking gezien. Na de monstername aan de slachtlijn, ging het vetmonster via buizenpost naar de machine voor de analyse van skatol. Op het hoogtepunt werd 35% van de mannelijke biggen niet meer gecastreerd en bemonsterd. De totale Deense investering in dit project was 50 miljoen euro. De Nederlandse vleessector was destijds zeer geïnteresseerd, maar wilde toch eerst even afwachten hoe de Duitsers er tegenover stonden. Medio ’93 bleek dat de Duitse vleeskeuringsdienst de methode niet accepteerde, waarna de Denen met het hele project zijn gestopt. Omdat volgens de Denen de Duitse opstelling niet in overeenstemming was met de EU-regels, hebben zij daarna rechtszaken aangespannen in Duitsland. Men hoopte op die manier althans een deel van de investering terug te krijgen. Deze rechtszaken duren tot op heden voort.
| |
Trefwoordenlijst voor meer informatie |