Online uitgaven

Onze voeding wordt schaars en duur

Auteur: Henk Hoogenkamp

De wereldwijde vraag naar graanproducten neemt steeds verder toe. Dit is in belangrijke mate het gevolg van de snelheid waarmee de economie zich in de dichtstbevolkte landen ter wereld ontwikkelt. Dit resulteert in hogere inkomens en een stijging van de voedselconsumptie. Welvaart is één van de primaire oorzaken van het ontstaan van voedseltekorten. Miljoenen mensen ontsnappen aan een economische malaise wanneer een snel groeiende economie als China verandert in een welvarende maatschappij, waarin de consument zich vooral met steeds duurdere, dierlijke eiwitrijke voedingsmiddelen, zoals vlees en melkproducten, een betere levensstijl kan veroorloven.
De wereld kan niet voorzien in de stijgende graanconsumptie voor het omzetten van plantaardig materiaal in vlees en tegelijkertijd in de enorme hoeveelheden maïs voor het produceren van biobrandstoffen op ethanolbasis. De productie van biobrandstof heeft er duidelijk voor gezorgd dat er minder hectaren grond overblijven voor het verbouwen van landbouwgewassen en -producten.

In het roodvleessegment is rundvlees waarschijnlijk het eerste product dat te lijden krijgt onder de voedseltekorten en de stijgende voedselprijzen. Concurrentiedruk zorgt er meestal voor dat hogere prijzen niet onmiddellijk doorberekend worden naar de consument, maar dat zal waarschijnlijk niet gelden voor de luxere rundvleesdelen. Rundvee heeft een lange groeicyclus van inseminatie via kalf tot slachtrijp rund, waarvoor een substantiële hoeveelheid voer, water en mestrecycling nodig is.

Verborgen agenda’s
Voedselideologieën vervullen de emotionele behoeften van mensen. Het is één kant van de medaille. De ene kant gaat uitsluitend om emoties, de andere om zakelijke en politieke belangen. Het verleden heeft aangetoond dat hoge voedselprijzen en -tekorten belangrijke triggers kunnen zijn voor sociale onrust. Aan voedseltekorten liggen vaak extreme weersomstandigheden, zoals droogte en zware regenval, een stijgende concentratie broeikasgassen die klimaatveranderingen kunnen veroorzaken en politieke, sociologische en ecologische omstandigheden ten grondslag.
Wetgeving inzake gezondheid en voedsel zou echter moeten worden gebaseerd op een objectieve analyse van wetenschappelijke informatie en niet op ideologieën. Verborgen agenda’s staan een snelle besluitvorming over de implementatie van nieuwe technologieën meestal in de weg. Voorbeelden hiervan zijn de doorstraling van voedsel, waarop kritiek kwam van antinucleaire activisten en het gebruik van genetisch gemodificeerde plantaardige landbouwgewassen en melk(producten), afkomstig van met hormonen behandelde koeien.

Steeds meer biotechgewassen
De biotechgewassen die in 2011 zijn verbouwd, beslaan wereldwijd ruim 150 miljoen hectare landbouwgrond, een 87-voudige toename sinds hun introductie in 1996. Deze toename bewijst dat biotechgewassen een vaste plaats hebben verworven. Circa 4 miljard mensen, oftewel 59 procent van de huidige wereldbevolking, leven in de 29 landen die nu biotechgewassen consumeren.
Pakistan, Myanmar en Zweden voegden zich bij Duitsland, dat in 2010 opnieuw begon met de aanplant van biotechgewassen. Dit is een duidelijke aanwijzing dat de gewassen voldoen aan de strenge wetenschappelijke eisen met betrekking tot genetisch gemodificeerde organismen (GGO's). De ongekende groei in de hoeveelheid grond die wordt gebruikt voor het verbouwen van biotechgewassen geeft aan dat de consument steeds meer vertrouwen heeft in een technologie die lange tijd werd bekritiseerd door NGO’s als Greenpeace. Bt-maïs levert grotere oogsten op en wordt beter geaccepteerd dan verdelgingsmiddelen.
Er hoeven minder chemicaliën te worden gebruikt, de bodem wordt minder vervuild en de inkomsten van de boeren stijgen. Ook de voorraad potassium - basisingrediënt van kunstmest - is niet oneindig en zal de komende jaren sterk in prijs stijgen, evenals fosfaten. Spijkerharde garanties dat Bt-gewassen in de toekomst geen risico's kunnen opleveren voor mens en milieu zijn echter onmogelijk te geven.

Méér vlees en melkproducten
De productie van landbouwproducten kan de bevolkingsgroei niet meer bijbenen. De daaruit resulterende voedselprijsstijgingen zullen steeds vaker aanleiding zijn voor (politieke) ophef in landen die in grote mate afhankelijk zijn van de import van basisvoedsel.
Opkomende markten – met name Azië en het Midden-Oosten – hebben meer voedsel nodig en dan vooral vlees en melkproducten in plaats van traditionele producten als rijst en groenten. Deze ontwikkelingen staan in scherp contrast met de moderne voedingsrichtlijnen en zorgen voor potentiële tweespalt in de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties en niet te vergeten de Westerse gezondheids- en belangenorganisaties.
De stijgende voedselprijzen mogen in eerste instantie weinig effect hebben op de inflatie in ontwikkelde landen, ze hebben echter wel een grote impact op de armere wereldbevolking die geen keuze heeft en het overgrote deel van haar inkomsten aan basisvoedsel moet uitgeven. De voedselprijzen zullen naar verwachting nog verder stijgen als gevolg van de stijgende energieprijzen, productietekorten door onvoorspelbaar weer en een toenemend aantal voedselproducerende landen die hun export beperken om hierdoor de voorraden voor de eigen bevolking veilig te stellen.

Toenemende voedselkwetsbaarheid
De voedselprijzen zijn uiterst instabiel geworden en de gevoeligheid van het voedselsysteem voor prijsschokken en natuurrampen zal met name negatieve gevolgen hebben voor de leefomstandigheden van het deel van de wereldbevolking dat al in armoede leeft.
Door internet en instant communicatie reageren de nerveuze wereldmarkten steeds sneller op onvoorspelbaar weer, politieke ontwikkelingen en voedselschaarste. De vier belangrijkste factoren die de prijzen omhoog drijven, zijn weersomstandigheden, grotere vraag, gewassen die worden omgezet in biobrandstoffen en kleinere oogsten. Zelfs in landen met een voorspelbare, kwalitatief hoogwaardige tarweproductie, zoals Australië, kan de tarweoogst zo maar worden gedegradeerd tot voertarwe (2010). Dat legt op zijn beurt weer grotere druk op de tarweprijzen in de VS. Samen met de aanhoudend grote vraag naar sojabonen hebben deze veranderingen ertoe geleid dat de reservevoedselvoorraden in de wereld de laagste stand sinds 50 jaar hebben bereikt.

Te gek voor woorden
De voedselinflatie zal naar verwachting verder stijgen met het herstel van de middeninkomens, een toename in de olieconsumptie, redistributie van voedsel naar biobrandstof en de continue netto bevolkingsgroei met gemiddeld 80 miljoen geboorten per jaar. De economische architectuur van slechts enkele decennia geleden, waarin sprake was van voldoende voedsel voor iedereen, is nu veranderd in een voedselkwetsbaarheid die bijna overal ter wereld voelbaar is. Het aantal ondervoede mensen neemt steeds sneller toe, wat deels te wijten is aan de vermindering van de voedselsubsidies van de armen door donorlanden en overheden al of niet gedwongen door bezuinigingsplannen om het nationale budget weer op orde te krijgen. Eigenlijk is het te gek voor woorden dat onze wereld anno 2012 maar liefst 1,2 miljard mensen heeft die ondervoed zijn en even zoveel mensen die lijden aan overgewicht en obesitas.

Westerse eetgewoonten
De wereldwijde recessie die in 2008 begon, betekende veelal ook het einde dan wel een vermindering van de landbouwhulp die donorlanden aan arme landen verleenden. Met het vreselijke gevolg dat iets meer dan 1,2 miljard mensen, ongeveer 17 procent van de wereldbevolking, het elke dag zonder voldoende voedsel moeten doen. Economisch achtergestelde landen als de Sub-Sahara, Ecuador, Egypte, Pakistan, Afghanistan en Haïti worden bijzonder hard geraakt door de sterk stijgende importkosten voor basisvoedingsmiddelen en ingrediënten.
Voor 2012 is het van belang te weten hoe de boeren in de VS en Canada de beschikbare hectaren landbouwgrond gaan verdelen in aanplant van sojabonen, maïs, tarwe en katoen. Tot slot zijn ook de prijzen voor suiker, melkproducten en plantaardige olie aanzienlijk gestegen. En de voedselprijzen stijgen niet alleen, ze zijn ook instabiel. Bijkomend probleem is dat in snel ontwikkelende landen als China, India en de Filippijnen sprake is van een verschuiving naar Westerse eetgewoonten en derhalve een steeds grotere vraag naar premium vlees, melkproducten en betere granen ontstaat.

Biobrandstoffen in een achtbaan
De originele biobrandstof is ethanol, die met name in Brazilië wordt geproduceerd via de fermentatie van de suikers in plantaardige materialen als suikerriet. In de VS wordt bijna alle ethanol gemaakt van maïs. Het redistributeren en het gebruik van landbouwoogsten zoals maïs en soja voor het produceren van biobrandstof kunnen leiden tot politieke instabiliteit en maatschappelijke onrust.
Naar schatting is in 2011 circa 15 procent van de wereldwijde maïsproductie gebruikt voor de Amerikaanse ethanolproductie. De VS is de grootste exporteur van maïs, maar gebruikt zelf twee keer zoveel maïs voor de productie van ethanol als voor export. Wanneer meer landbouwgrond wordt gebruikt voor maïs, gaat dat meestal ten koste van de aanplant van tarwe en soja. De Amerikaanse ethanolproductie van 2011 komt overeen met de voedselbehoefte van circa 240 miljoen mensen of een 3-jarige groei van de wereldbevolking. Een vrij ontnuchterende gedachte die de vraag oproept: hoe nu verder?
De afgelopen jaren zaten biobrandstoffen in een achtbaan; sterk slingerende prijzen waarbij vaak elke logica ontbrak. Voorraden werden hard geraakt door de wereldwijde recessie, hoewel de stijgende prijzen van fossiele brandstoffen de basis waren voor een hernieuwde interesse en veel stilgelegde ethonolbedrijven weer uit de mottenballen gehaald werden. Naar schatting zullen biobrandstoffen tegen 2040 ongeveer 20 procent van alle transportbrandstoffen vormen tegen circa 3 procent nu. Het blijft de vraag of de biobrandstoffen uit algen (Shell) en biomassa commercieel levensvatbaar zullen zijn. De tijd zal het leren.

China heeft sleutel
China lijkt de sleutel in handen te hebben om grote druk op de productie van voedsel en veevoer te verlichten. Niet alleen heeft China zeer grote door de overheid beheerde voorraden, maar het heeft ook circa 3 triljoen dollar aan deviezen beschikbaar en daarmee dus een schijnbaar onbeperkt vermogen om voedsel te importeren. Hoewel er in China sprake is van een substantiële rijst-, soja- en tarweteelt, zal het land toch een grote importeur worden van deze producten door de veranderde eetgewoonten en een bevolking van 1,34 miljard mensen. Al deze variabelen kunnen op zichzelf of samen leiden tot voelbare voedseltekorten, die zich vrij snel kunnen ontwikkelen en het voor arme landen veel moeilijker zullen maken om in hun eigen import te financieren.
Een voorbeeld ter illustratie. Volgens de gegevens van analysebureau Global Trade Information Services is de tarwe-import van China in 2010 gestegen naar 1,2 miljoen ton ten opzichte van 32.000 ton in 2008. Dat wil zeggen dat China een zesde deel van de wereldwijde tarweproductie consumeert. De inflatie in China zal uiteindelijk leiden tot stijgende productprijzen. Dit laatste vertaalt zich uiteindelijk in een significante stijging van de voedsel- en vleesprijzen. Dit zorgt dan niet alleen voor een inflatoire druk, maar kan tevens voedselrellen ontketenen in landen als Algerije, Egypte, Mozambique en Haïti.

Wereldwijde voedselcrisis
In tegenstelling tot de verwachte veranderingen en de conventionele wijsheid in opkomende markten, groeit de consumptie in ontwikkelde landen langzamer dan de bevolking en de economische welvaart. Voor opkomende markten geldt over het algemeen dat wanneer een huishouden 10 procent meer kan besteden, er maar liefst 9 procent wordt uitgegeven aan vlees en zuivel. In ontwikkelde landen ligt dit heel anders. Hier betekent een toename van 10 procent besteedbaar inkomen slechts een toename van 1 procent in de consumptie van vlees en melk(producten). Met andere woorden, in de opkomende markten zal de vleesconsumptie zeker tot 2050 sterk stijgen, terwijl de vleesconsumptie in de huidige welvaartslanden op het huidige niveau blijft of licht daalt.
Het feit dat de bevolking verder zal groeien in opkomende markten – en dan met name in China, India, Indonesië en de Filippijnen – kunnen prijspieken en onzekerheid over de voorraden een wereldwijde voedselcrisis veroorzaken en zal voedselzekerheid al snel veel meer worden dan slechts een herinnering. Vooral de toegenomen vleesconsumptie zal een veelbesproken thema worden. Aan de ene kant heeft de bevolking van ontwikkelende of opkomende landen die al jarenlang geen vlees hebben kunnen eten het volste recht meer vlees te consumeren, maar daar tegenover staat de noodzaak om de oorzaak en de gevolgen van het broeikaseffect te reduceren en de behoefte aan zekerheid met betrekking tot voedsel en veevoer. In concreto, een nieuwe Oost-Westconfrontatie over duurzaamheid, waarover het laatste woord nog niet gesproken is.

50 miljoen ton varkensvlees
De sociaal-economische welvaart in China leidt tot een sterk stijgende vleesconsumptie. Vandaar ook de enorme vraag naar veevoer, dat soms uit de menselijke voedselketen moet worden gehaald om aan de vraag te voldoen. In slechts 20 jaar tijd is de consumptie van varkensvlees in de dichtstbevolkste natie ter wereld gestegen tot circa 50 miljoen ton ten opzichte van 25 miljoen ton in 1990. De snelle toename is het gevolg van een aantal factoren, zoals bevolkingsgroei, verstedelijking en algemene welvaart dankzij de ultrasnelle economische groei van het land.
China en India worden geconfronteerd met een onomkeerbare trend van een groeiende bevolking, een afnemende hoeveelheid akkerland en bovendien beperkte waterreserves. Momenteel is de helft van de landbouwgrond in China voor de watervoorziening volledig afhankelijk van regenval. Het is daarom van essentieel belang te investeren in moderne irrigatie om de voedselzekerheid en de toekomstige agrarische ontwikkelingen in het land te verbeteren. Als dit niet gebeurt, zal China afhankelijk worden van de import van voeding en ingrediënten. Een mogelijke kans op een tekort is al voldoende aanleiding voor paniek overal ter wereld.

Langdurige prijsinstabiliteit
Om de voedselzekerheid veilig te stellen, houdt China circa 200 miljoen ton graan op voorraad. Naar schatting kan de Chinese graanproductie met gemak in 95 procent van de binnenlandse graanbehoefte voorzien. Dit percentage doet vermoeden dat het land grotendeels onafhankelijk is, maar de resterende 5 procent die nodig is om te voldoen aan de binnenlandse behoeften kan een enorme druk leggen op de wereldwijde graanvoorraden en -prijzen.
De Chinese netto graanimport, inclusief sojabonen, bedroeg in 2010 meer dan 60 miljoen ton. Hiervan importeerde het land 54,8 miljoen ton aan sojabonen, wat overeenkwam met 60 procent van de totale wereldwijde export, Een nieuw record. Naast deze enorme hoeveelheden soja importeerde China in 2010 ook 1,57 miljoen ton maïs en 1,2 miljoen ton tarwe.
Om ervoor te zorgen dat het land minder afhankelijk wordt van geïmporteerde graan en ingrediënten uit het buitenland, zal de jaarlijkse graanproductie van China in 2020 moeten stijgen naar 550 miljoen ton om een toereikende voorraad voor zijn bevolking te kunnen garanderen. De beperkte beschikbaarheid van landbouwgrond, beperkte waterreserves en snelle urbanisatie maken het voor China echter moeilijk landelijk en regionaal de graanoogst uit te breiden. Vandaar dat China waarschijnlijk nog agressiever dan nu zal gaan investeren in overzeese landbouwprojecten in bijvoorbeeld Sub-Saharisch Afrika, Brazilië, Argentinië en zelfs Australië.
Terwijl China in 1990 nog een jaarproductie had van 50 miljoen varkens is dit in 2011 gestegen tot 260 miljoen varkens. Dit impliceert een kolossale hoeveelheid veevoer, die niet zelden weggetrokken wordt uit de voorraden die zijn bestemd voor humane consumptie. De Chinese rundvleesconsumptie zal in 2015 naar verwachting stijgen met circa 30 procent, waardoor de beschikbare grondstofvoorraden verder worden aangetast. Gerekend in graan is er ongeveer 6 tot 9 kilo nodig om 1 kilo rundvlees te produceren. Natuurlijk zijn er meerdere berekeningen van deze voederconversie, waarvan de uitkomst dikwijls wordt bepaald door de belangen van de rekenmeesters.

Accordeoneffect
Het Economisch Wereldforum (WEF) bestempelt de toegenomen vraag naar voedsel, water en energie als een reëel risico voor de wereld. Zowel de grotere welvaart als de snel groeiende wereldbevolking leggen een onhoudbare druk op de grondstoffen. Bovendien heeft het verleden bewezen dat voedseltekorten sociale onrust en politieke instabiliteit veroorzaken, die kunnen leiden tot geopolitieke conflicten, onherstelbare schade voor het milieu en niet te vergeten een migratie naar landen met een betere levensstandaard.
Noord-Afrika, het Midden-Oosten, China en Indonesië zijn vooral afhankelijk van de import van voedselproducten. Dit is een enorme belasting voor de financiële reserves van deze landen. Algerije, Egypte en Saoedi-Arabië willen meer tarwe gaan importeren om in te spelen op de snel stijgende vraag onder hun bevolking. Zodra de tekorten de kop opsteken, bestaat er de kans op het zogenaamde ‘accordeoneffect’: nu meer kopen om zichzelf te beschermen tegen hogere prijzen in de toekomst. Het hamsteren van producten is een strategie van overheden en handelaren om de stijgende binnenlandse prijzen te lijf te gaan, hoewel wel moet worden gezegd dat overheden en handelaren uiteraard verschillende economische motieven hebben.

Katoen in plaats van voedselgewas
Niet alleen voor tarwe en maïs, maar ook voor ’s werelds meest geliefde basisvoeding rijst vinden verschuivingen plaats in de vraag. Zelfs in een goed oogstjaar kan rijst al snel een stabiele markt op zijn kop zetten. De enorme rijstimport van Indonesië (in plaats van exporteren) om de eigen bevolking te voeden, zorgt voor hogere prijzen voor zowel basisvoeding als essentieel ingrediënt in talloze voedingsmiddelen.
Om de opbrengst te maximaliseren, moeten boeren steeds vaker keuzes maken welke gewassen het nieuwe oogstjaar aangeplant gaan worden. Boeren zijn geneigd om bij hun investeringen te gokken op de hoogste economische opbrengst. Wordt het katoen, soja, maïs, suikerbieten, tarwe of aardappelen? Dit vraagstuk wordt nog complexer door met name in de VS de landbouwoogsten te redistributeren voor de productie van biobrandstof. De gesubsidieerde productie van ethanol en talrijke belastingvoordelen zullen hoogstwaarschijnlijk gevolgen hebben voor de voedselprijzen en de wereldwijde veestapels en vleesproductie.
Ter illustratie. De hoeveelheid landbouwgrond in de VS die wordt gebruikt voor het verbouwen van een non-foodproduct als katoen zal voor de oogst van 2011 naar verwachting toenemen met 11 procent. De wereldwijde vraag naar katoen neemt snel toe, vooral dankzij de import van China. Deze vraag heeft negatieve gevolgen voor de katoenvoorraden en beïnvloedt daardoor ook het landbouwbeleid in de VS. Hoewel Texas traditiegetrouw verantwoordelijk is voor de helft van de Amerikaanse katoenproductie, is het ook veel vatbaarder voor watertekorten dan andere katoenverbouwende regio's in de VS, zoals het gebied rond de Mississippidelta. Hoge katoenprijzen zijn van grote economische stimulans voor boeren, wat ten koste zal gaan van de oogstoptimalisatie van voeding en voer die juist zo hard nodig zijn.

Henk Hoogenkamp
Nederlander van geboorte wordt globalist en auteur van dit artikel Henk Hoogenkamp wereldwijd gezien als dé specialist op het gebied van functionele voedingsingrediënten.
Na zijn in 1979 verschenen boek ‘Practical Applications of Milk Proteins in Meat’ bouwde Henk de afgelopen 30 jaar aan een omvangrijk oeuvre met in meerdere talen vertaalde boeken over (het gebruik van) melkeiwit en meerdere soorten plantaardig eiwit, maar ook met boeken, getiteld ‘Poultry Meat Science’, ‘Sports Nutrition’, ‘Lifstyle Foods’ en de meest recente ‘Vegetable Protein Marketing’.
Henk publiceerde artikelen in tal van wetenschappelijke tijdschriften en vakbladen in binnen- en buitenland. Dit artikel is een goed voorbeeld van de kennis, betrokkenheid en visie van deze technoloog, waarvoor hij internationale erkenning geniet. (www.henkhoogenkamp.com).



 
Trefwoordenlijst voor meer informatie