Copray

René Maillard, Belgian Meat Office:

Het Belgian Meat Office coördineert de exportactiviteiten van varkensvlees en rundvlees. Nederland is voor beide een belangrijke afzetmarkt. Manager René Maillard vertelt over de vleesexport en geeft zijn visie op vleesvervangers en het imago van de Belgische sector. “Incidenten zijn via sociale media onmetelijk uitvergroot.”

De Belgische vleessector is gespecialiseerd in varkensvlees en rundvlees. Belgische bedrijven exporteren jaarlijks bijna 860.000 ton varkensvlees en 170.000 ton rundvlees. Voor rundvlees is Nederland de grootste afzetmarkt met een derde van de export. Meer dan de helft van het varkensvlees gaat naar Duitsland en Polen. Nederland staat met tien procent op de derde plaats.

Het Belgian Meat Office verzorgt promotieactiviteiten en koppelt de circa vijftig Belgische exporterende bedrijven aan importerende bedrijven in Europa en elders in de wereld. Het Belgian Meat Office is opgericht in 2003 en maakt deel uit van het Vlaams Centrum voor Agro- & Visserijmarketing (Vlam). De productie vindt dan ook voornamelijk plaats in Vlaanderen: 94 procent van het varkensvlees en 77 procent van het rundvlees is afkomstig uit dat deel. Het kantoor van Belgian Meat Office staat dan weer wel in Brussel.

Bij het Belgian Meat Office zijn vier mensen werkzaam in Brussel en drie parttimers in Duitsland en Polen. Het wordt geleid door manager René Maillard. Met zijn collega’s houdt hij zich onder meer bezig met ‘market intelligence’. “We verzamelen data over de internationale politiek en de evolutie in de economie en alle vleesmarkten. Er zijn zoveel factoren die invloed hebben op consumenten, producenten, de handel en prijzen. Denk aan het klimaat, de voederprijzen, handelsbarrières en tarieven, market access. We doen ook studies over vlees. Dan onderzoeken we bijvoorbeeld wat het potentieel van de handel met Mexico is. Dat communiceren we aan de achterban, ook via sociale media.”

“Wij nemen deel aan zes tot acht beurzen per jaar en we organiseren contactdagen, waarin we potentiële importeurs in contact brengen met Belgische bedrijven. Wij organiseren ook B2B-netwerk events, bijvoorbeeld in Azië of Oost-Europa. Daarnaast spreek ik op congressen zoals onlangs in Polen. Daar heb ik een analyse gegeven van de Poolse, de Europese en de Belgische sector.”

“We houden ons ook bezig met het imago van het Belgische vlees in het buitenland. Reputatie is ons immaterieel goed. We brengen alle potentiële klanten in kaart en we richten ons tot hen in business-to-business promotiecampagnes, online en in print. Dat zijn lange-termijninspanningen. We proberen ervoor te zorgen dat de Belgische vleesindustrie ‘top of mind’ is.”

Imago

Net als in Nederland zijn er de afgelopen jaren diverse incidenten geweest in slachthuizen. Zo kwamen er vorig jaar beelden naar buiten van een slachterij in Tielt waar dieren mishandeld werden.* Toch functioneert de Belgische vleessector goed en is er niets mis met het imago van Belgisch vlees meent Maillard. “Je hebt met mensen te maken en die gaan soms in de fout. Is dan de zondaar schuldig of zijn hele familie? De incidenten zijn via sociale media onmetelijk uitvergroot. Sociale media zijn de waan van de dag; een momentopname wordt gezien als waarheid voor alle tijden. Als er een filmpje opduikt, ben je al veroordeeld, of er nu trucage is gepleegd of niet. Je wordt direct aan de schandpaal genageld. Ik wil de gemaakte fouten niet goedpraten, maar mensen hebben toch het recht zich te verdedigen vóór de veroordeling?”

“Het imago van het Belgische vlees is goed. Het wordt op een deugdelijke manier geproduceerd. De hygiëne in een slachthuis is beter dan die op de spoedeisende hulp van een ziekenhuis. Ook is er cameratoezicht. Dat er af en toe incidenten gebeuren… Mensen die serieus met hun vak bezig zijn, doen zoiets niet. Die zijn gebaat bij dieren die níet gestrest zijn. Vlees van gestreste dieren is van mindere kwaliteit.”

“De man die de beelden in het slachthuis in Tielt heeft gemaakt, werkte als plaatsvervangend wellfare officer. Het was zijn taak op te treden tegen de wantoestanden. Blijkbaar had hij ook tijd om te filmen. Activisten gebruiken het thema dierenwelzijn om van ons allemaal herbivoren te maken. Ik vind dat iedereen zélf het recht heeft te kiezen of hij vlees wil eten of niet. De activisten gaan te werk als een missionaris. Ik denk dat er een tegenreactie gaat komen, van mensen die tegen die betutteling zijn.”

Vleesvervangers

Diverse Nederlandse vleesproducenten maken ook vleesalternatieven. Maillard ziet weinig in zulke vleesvervangers en zal ze zeker niet gaan promoten. Hij vindt het merkwaardig dat bedrijven producten maken voor mensen die geen vlees willen eten en die vervolgens een vleesnaam geven. Het bewijst volgens hem dat ze willen meeliften op de goede naam van vlees. “Het is de tijd van ‘fake news’ en ‘fake meat’. Belgian Meat Office gaat géén promotie doen voor vleesvervangers. Het is onze taak écht Belgisch vlees te promoten; geen Belgisch ‘fake meat’ maar het authentieke product.”

“Je kunt proberen vlees te ‘ersätzen’, maar ik denk niet dat een stukje vlees vervangen kan worden. In producten die meer processed zijn - producten waarbij vlees maar een klein bestanddeel is zoals quiches, pizza’s en lasagne - is zeker potentieel voor vleesalternatieven. Vlees is een relatief dure grondstof en consumenten willen zoveel mogelijk voor zo weinig mogelijk geld. Dat heeft ook met de veranderde smaakopvoeding te maken, mensen weten niet meer hoe een product behoort te smaken.”

Producten op maat

De manager van Belgian Meat Office legt uit dat de Belgische vleessector zich onderscheidt door de hoge opbrengst van het karkas. “De karkassen hebben een hoge yield. Ze hebben een gunstige verhouding mager spiervlees, vet en botten; een kilo vlees brengt meer op als het Belgisch is. Belgische bedrijven moeten het niet hebben van de grote hoeveelheden, maar van de kwaliteit. De Belgische bedrijven onderscheiden zich ook door de service, ze kunnen tailor-made produceren, naar de wens van de klant. De echte grote jongens leveren ham in drie snitten, maar je kunt daar verder in gaan.” Maillard vergelijkt het met meubels maken. “Je kunt meubels verkopen zoals Ikea doet, maar er zijn ook schrijnwerkers die op maat gemaakte meubels kunnen leveren.”

“De Belgische bedrijven zijn bijna allemaal bedrijven met familiale aandeelhouders. Het aantal slagers neemt af en de macht van de retail toe. Daar komt een reactie op van de leveranciers. Die gaan ook samenwerken. In een globale markt moet je groter worden. Belgische bedrijven zijn gegroeid door fusies, maar ze stellen zich minder reactief op in de markt dan een N.V. Ze zijn resistenter en hebben meer een langetermijnbenadering. Het beursgenoteerde Delhaize – nu gefuseerd met Albert Heijn – stond symbool voor de betere retail. Toen de hard discounters opkwamen, wilde Delhaize die op prijs beconcurreren, maar ook kwaliteitsproducten blijven leveren.” Zulk tegenstrijdig beleid zal je volgens hem bij familiebedrijven niet zo snel zien. “De politiek van familiale bedrijven, klein of groot, is fundamenteel anders dan die van een N.V.”

Belgisch witblauw

De Belgische sector wil zich bovendien onderscheiden met de speciale rassen. “De helft van de export van rundvlees is van Belgisch witblauw. Dat is echt supermager mals vlees met een lage score aan intramusculair vet. Het heeft een iets minder rijke smaak dan vetter vlees, maar is gezonder en is erg mals. Het oogt ook mooi rood als het wordt gepresenteerd bij de slager of in de retail.”

“Witblauw is een fantastisch ras als je de edele stukken zoals biefstuk kunt vermarkten. Consumenten in België, Nederland en Noord-Frankrijk eten dat graag. 80 procent van de export van rundvlees gaat naar Nederland, Frankrijk en Duitsland. Zij willen spiervlees en weinig intramusculair vet. In Azië en de United States is dat precies omgekeerd. In de VS wordt de helft van het rundvlees verwerkt tot ‘minced meat’ en wordt het gegeten als hamburger. Ook in Zuid-Europa houden ze van wat vetter vlees.”

meat&co

Volgens de manager van Belgian Meat Office onderscheidt de Belgische vleessector zich door de hoge opbrengst van de karkassen.

Loonkosten

Belgische bedrijven exporteren veel vlees in de vorm van karkassen. Van varkensvlees is dat zelfs de helft. De varkenskarkassen gaan vooral naar vleesverwerkers in Duitsland (31 procent) en Polen (23 procent). Dat hangt samen met de grote verschillen in de kosten van personeel. “Er is in Europa concurrentievervalsing door de loonkosten. België kan niet met die landen concurreren.”

Internationale handelsmarkt

Maillard verwacht dat de mondiale productie van vlees zal toenemen. “De economische groei in Azië is een veelvoud van die in Europa of de United States. Het beschikbaar inkomen in Azië stijgt en dan neemt ook de vraag naar vlees toe. In Europa en de States en in landen als Canada en Australië is er een daling van de consumptie van varkensvlees en rundvlees en een stijging van pluimveevlees. In Europa verwacht ik een kleine stijging van de vleesproductie, maar hoe de markt gaat evolueren is afhankelijk van veel onzekere factoren. De Brexit dreigt een logistieke nachtmerrie te worden. Engeland is een grote afnemer varkens- en rundvlees. In totaal rijdt er iedere acht seconden een camion Engeland binnen, met vlees of andere goederen. In Zeebrugge en andere havens in België en Nederland gaan files ontstaan. Ook voor Ierland is het een catastrofe.”

De Brexit heeft dus ernstige consequenties voor de internationale handel, maar ook de Afrikaanse varkenspest kan de internationale markt ernstig verstoren. “Tien jaar geleden is de Afrikaanse varkenspest opgedoken in Georgië en het spreidt zich uit in alle richtingen. Het virus, dat voor mensen niet gevaarlijk is, wordt verspreid door everzwijnen en er is geen vaccin voor. De enige manier van bestrijding is om de varkens te ruimen. De varkenspest heeft de grens met de EU al overgestoken en heeft de drie Baltische staten, Polen, Tsjechië en Roemenië getroffen. De vraag is niet óf het ook hier zal komen maar wannéér. Stel dat Duitsland straks door de varkenspest de Aziatische markt kwijtraakt en het vlees in Europa gaat dumpen. Dan heeft dat grote gevolgen voor de prijzen en de productie.”

De toekomst kan dus alle kanten uit. Er zijn veel onzekere factoren. Zeker is wel dat het Belgian Meat Office de kwesties nauwgezet zal volgen en de ontwikkelingen blijft terugkoppelen aan de exporterende bedrijven.

* Dit artikel is afkomstig uit meat&co van 3 april 2018. Het interview werd afgenomen kort vóór de ophef over Veviba in Bastenaken.

Downloaden meat&co