×

Green Deal: braafste jongetje in de klas is zelden geliefd

Donderdag 18 november 2021
Terug naar overzicht
Deel dit artikel
Met veel bombarie presenteerde de Europese Commissie (EC) in 2019 de zogeheten ‘Green Deal’. De prijs van een emissievrij Europa mag van de heren en dames politici in Brussel hoog oplopen. Sterker nog, verdere verduurzaming van de veesector in de Europese Unie (EU) kan zelfs ten koste gaan van dierenwelzijn, duurzaamheid en eerlijke im- en export wereldwijd. “Het is belangrijk om een eerlijk speelveld voor alle partijen te bewaken, maar garanties zijn er niet”, erkent Europarlementariër Tom Vandenkendelaere, die onlangs samen met de Vlaamse dierenwelzijnsdeskundige Piet Vanthemsche gastspreker was tijdens de Round Table, die de Belgian Meat Office jaarlijks organiseert voor Europese vakjournalisten.
 
In de aanloop naar de Europese Parlementsverkiezingen in 2019 presenteerde de Socialistische Partij in Nederland een verkiezingsfilmpje met in de hoofdrol ‘Hans Brusselmans’, een gezette, statige man, grijze bakkebaarden en gehesen in een duur pak, die op een onsmakelijke manier een oranje slagroomtaart (verwijzend naar Nederland) opslokt voordat hij een taart met daarop de Belgische vlag aan zijn vork prikt. ‘Laat Brussel ons niet opslokken’, is de boodschap. De gelijkenis met Eurocommissaris Timmermans is duidelijk, zo niet treffend. En tegen het verkeerde been van de Limburgse politicus, die klaagde. De SP boog en trok de film in. Voor zowel veehouders als spelbepalers in de vleesverwerkende industrie symboliseert het ‘veelvraten’ van Timmermans, euh Brusselmans, echter wel wat de EC behelst met de Green Deal.
 
Zodoende moet je het dus maar durven: als politicus van een partij (CD&V) die zich achter de Green Deal heeft geschaard, jezelf op een podium hijsen tegenover een groep kritische internationale journalisten die ieder een medium vertegenwoordigen in de vleesverwerkende industrie. Een sector die hard geraakt wordt als de EU-plannen 1-op-1 doorgaan. Vandenkendelaere is echter niet flauw en zet zich naast discussieleider-voor-de-dag Joris Coenen van de Belgian Meat Office en Piet Vanthemsche op de bühne om het journaille inzicht te geven in de plannen die Europa aan het maken is. “Niets doen is geen oplossing voor alle uitdagingen waar we mee te maken hebben”, zegt Vandenkendelaere. “We willen in de EU een emissiereductie van 55% gerealiseerd hebben in 2030 en helemaal klimaatneutraal opereren in 2050. Iedereen beseft dat de impact groot is. Wat is mogelijk? Wat is realiseerbaar? Het proces is ook veel politieker geworden, met wisselende meerderheden in het Europees Parlement. De groenen zijn een machtsblok geworden. Voorheen had je te maken met compromissen tussen twee partijen (christendemocraten en sociaaldemocraten, red.). De Europese Commissie heeft bij de Green Deal eerst haar ambities geformuleerd en gaandeweg de rit zal het beleid telkens aangepast worden aan de uitdagingen die voorliggen. Dat is heel anders dan voorheen.”
 
Meer vraag, toch inkrimpen
Volgens Vandenkendelaere heeft de Europese Commissie ondanks de flinke ambities best oog voor de wereldwijde problematiek. Zo is in Brussel ‘heus wel bekend’ dat er globaal in 2050 tien miljard monden gevoed moeten worden en dat de vraag naar voedsel dus met 50% zal toenemen de komende dertig jaar. Dat dit een spanningsveld oplevert met het inkrimpen van de Europese veestapel en het onteigenen van agrariërs die er -wetenschappelijk bewezen- in slagen het allerhoogste rendement per vierkante meter landbouwgrond te bereiken, is volgens de Vlaamse politicus ‘evident’. “Er zullen hogere opbrengsten fruit en groenten gevraagd worden, maar de roep om vlees en zuivel zal wereldwijd tot 2050 zeker niet afnemen. Landbouw wordt steeds belangrijker. Het neemt nu al een cruciale positie in de samenleving in. In Europa zal de focus nog meer op circulaire economie en lokale productie worden gelegd. Voeding en landbouw zullen op den duur worden samengevoegd qua (politieke) agenda’s. Streven blijft om genoeg voeding te produceren, met genoeg opbrengsten voor boeren. Maar wel duurzamer. 25% van de huidige landbouwsubsidie wordt al verdeeld aan boeren die zich inzetten voor een beter klimaat. Zij worden beloond voor een hogere performance. De verwachting is dat dit percentage in de toekomst verder omhoog gaat”, verduidelijkt Vandenkendelaere.
 
Gelijk speelveld
De EC presenteerde vol trots de ‘Farm to Fork’-plannen, maar nog voor deze politiek ten volle is uitgerold, heeft het al tot de nodige kritiek geleid. Minder produceren (en de belofte van hogere inkomsten voor de boer) in de EU heeft als mogelijk neveneffect dat de problemen in de landen met de minste voedselzekerheid fors gaan toenemen. Daarnaast wordt met de Europese strategie de concurrentieongelijkheid voor de Europese vleesverwerkende industrie (voorbeelden: Nederland exporteert wereldwijd voor negen miljard euro aan vlees, België is goed voor twee miljard) verder vergroot. “We moeten waken voor een ‘level playing field’. De standaard in de Europese Unie op het gebied van dierenwelzijn en voedselveiligheid is hoger dan buiten de EU. Dat betekent dat je een ‘level playing field’ moet opnemen in alle handelsovereenkomsten die je afsluit. Zoals het handelsverdrag EU-Mercosur. Als je kiest voor een hoge standaard in de EU en je stemt tegelijkertijd in met een lagere standaard voor Zuid-Amerikaanse bedrijven, die vlees naar Europa willen exporteren, dan creëer je een achterstand voor de bedrijven en boeren die zich nu juist positief onderscheiden. Maar meer voedsel, betekent altijd meer handel, dat is de andere kant van de medaille”, vertelt hij.
 
Of wat te denken van de wens van de Europese Commissie om vanaf 2027 toe te werken naar een situatie dat er geen hokken voor vee meer toegestaan zijn in Europa? Is dat realistisch, als je weet dat in Brazilië, Amerika en China de beesten gewoon in kooien en hokken gehouden blijven worden? “We willen meer innovatie, maar ik sluit niet uit dat er een op een gegeven moment een punt komt dat de uitdagingen niet meer gelijke trend kunnen houden met de mogelijkheden. Omdat dierenwelzijn zoveel hoger ligt in de EU dan elders ter wereld en we dus niet nóg meer mogen verlangen van onze veehouders. Of dat nul procent of andere percentages CO-uitstoot niet meer op een reële manieren te behalen zijn. Dat laat onverlet dat we toch steeds moeten blijven pushen. Want laten we vooral kijken wat de industrie wél voor mogelijk houdt. Niet alle ambities zullen gehaald worden”, stelt Vandenkendelaere.
 
‘Beste van twee werelden kan niet’
Waar Vandenkendelaere zijn lezing en visie vooral deelt vanuit een bepaalde ambitie, bezigt Vanthemsche vooral waarschuwende woorden tijdens de Round Table. “Je kunt niet het beste van twee werelden hebben”, onderstreept Vanthemsche, die vanuit zijn ervaring als voorzitter van de Boerenbond precies weet wat er leeft bij de Belgische veehouderijen en agrariërs. “De plannen van de EU komen helaas met een economisch kostenplaatje. Economische groei zal stagneren. En waar denkt Europa dat die +50% geproduceerd gaat worden? België -en Nederland trouwens ook- is nu nog een netto exporteur, maar dat kan wel eens gaan veranderen. Het Europese voedselproductiesysteem is het beste van de wereld. Dat is een gegeven. De EU moet keuzes gaan maken, want je kunt niet alles overeind houden als je vasthoudt aan de Green Deal-ambities qua duurzaamheid en milieu. Vleesverwerking gaat óók elders plaatsvinden. China zal efficiënter en op grotere schaal gaan produceren. Een verhuizing van goede producenten naar buiten de EU is een reële mogelijkheid. En dan heb je nog plantaardige diëten en mogelijk nog kweekvlees in de toekomst. Vleesconsumptie zal in Europa een andere rol gaan spelen. Exclusiever en meer toegespitst op gastronomie.”
 
Vanthemsche zet ook vraagtekens bij de wens van de EC om per 2027 dieren niet langer in hokken en kooien te houden. “Als Europa gaan we toestaan dat we vlees gaan importeren van vee dat onder aantoonbaar slechtere omstandigheden is gehouden dan in de EU, maar tegelijkertijd zetten we in op inkrimping van de intensieve maar zeer moderne veehouderij in de regio’s Nederland, Duitsland, Vlaanderen, Catalonië, de Po-vallei (Italië) en Bretagne?! Dat vind ik raar en eigenlijk niet uit te leggen… Maar er zal een nieuwe realiteit gaan ontstaan en de sector moet zich daar naar gaan gedragen. Zo reëel moeten we zijn.”
 
Economische redenen minder belangrijk
“Economische redenen worden minder van belang”, geeft Vandenkendelaere aan. “Al moeten we wel competitief blijven met de rest van de wereld. Boeren zullen de gevolgen van de Green Deal als eerste gaan merken. Als we moeten gaan repareren, is het eigenlijk al te laat.” Via een voorbeeld uit de praktijk wil hij echter aangeven dat situaties soms ook zijn zoals ze zijn. “Neem geuroverlast. Mensen klagen over de stank en willen dat een gemeente of overheid dit aanpakt. Klagers denken daarbij niet na over de gevolgen voor de werkgelegenheid en de bijdrage aan de economie van een bedrijf. Zeker nu een nieuwe politieke realiteit is, waarbij de linkse en groene partijen meer te vertellen hebben, zien we dat dit soort problemen worden ‘opgelost’ met sluiting. Met alle gevolgen van gedwongen ontslagen, faillissementen en/of een verhuizing naar elders van dien”, zegt hij. “Maar let op: ook nu zijn er al verschillen in België. Met intensieve veehouderijen in Vlaanderen en meer ruimte voor de dieren in Wallonië. Er zal een nieuwe balans ontstaan. Wij pleiten er wel voor dat de Europese Commissie een wat meer flexibele houding gaat aannemen voor de AgriFood-sector om te voorkomen dat er geen draagvlak meer zal zijn.”
 
Volgens Vanthemsche doet de vleessector er goed aan het lobbywerk bij lokale overheden maar zeker in Brussel te intensiveren. Data waaruit blijkt dat vlees gezond is en veel meer gezonde eiwitten kan overbrengen dan plantaardige alternatieven, halen volgens hem veel minder de discussie. “Er moet ruimte voor nuance en wetenschappelijke feiten komen. De Europese Unie staat bekend als speeltuin voor Ngo’s, maar lobbyen is van alle tijden. Niet alleen van Ngo’s, maar ook van de industrie. Het gaat erom dat de balans gevonden wordt. Er komt uiteindelijk een plan dat goedgekeurd moet worden en geïmplanteerd moet worden door elke lidstaat van de EU. Dan zal elk land zichzelf de vraag stellen: wat is een goede voedselproductie in Europa ons waard of importeren we en worden we dus liever afhankelijk van andere landen voor onze eigen voedselvoorziening?”
 
En dat daarmee dierenwelzijn, milieu-impact, economie en de toegang tot goed voedsel wereldwijd zelfs slechter worden? Vanthemsche zegt daarover: “De Europese Commissie denkt vooral: dan halen we toch onze eigen doelstellingen. Feit is dat de Green Deal er ligt en tot uitvoering gebracht gaat worden. Zo niet volledig dan toch zeker voor een groot gedeelte. De agrarische sector en de voedingsmiddelenindustrie, de vleesverwerkende industrie voorop, zullen zichzelf snel opnieuw moeten uitvinden, want ze slagen er op dit moment niet in om zich te wapenen tegen de slagkracht van de Ngo’s. Wat niet wil zeggen dat ze hun stem niet kunnen laten klinken. Maar het moet wel anders dan nu, want ze worden onvoldoende gehoord!”

Deze publicatie kon u eerder al lezen in de laatste papieren of online uitgave van vaktijdschrift Meat & Co.