‘Is CO2-uitstoot belangrijk dan dierenwelzijn bij keuze voor vlees?’

Woensdag 20 mei 2026
Gaat het Voedingscentrum voortaan expliciet adviseren om vlees te eten zonder dierenwelzijnsconcept? Dat is één van de vragen in de open brief die brancheorganisatie NEPLUVI op 19 mei heeft verstuurd aan het Voedingscentrum. Aanleiding is de vernieuwde Schijf van Vijf, waarin CO2-uitstoot nadrukkelijk wordt meegenomen in het voedingsadvies. “CO2-uitstoot is belangrijk, maar dierenwelzijn, betaalbaarheid, voedselzekerheid en sociaaleconomische realiteit eveneens”, schrijft voorzitter Gert-Jan Oplaat van NEPLUVI.
Volgens Oplaat gaat het Voedingscentrum met de nieuwe adviezen volledig voorbij aan de ‘forse stappen’ die de afgelopen jaren door de Nederlandse pluimveesector zijn gezet op het gebied van dierenwelzijn. “Via onder meer het Beter Leven Keurmerk zijn stalsystemen aangepast, groeien de dieren langzamer, krijgen meer ruimte, meer afleiding en meer mogelijkheden voor natuurlijk gedrag. Deze verbeteringen zijn niet vrijblijvend geweest: ze vroegen grote investeringen van boeren en verwerkers én leiden in de praktijk tot een hogere milieu-impact per kilogram vlees”, schrijft Oplaat. “Een kip die langzamer groeit, meer beweegt en meer ruimte krijgt, eet meer voer. De zogenoemde voederconversie stijgt. Daarmee stijgt de CO2-uitstoot per kilogram product. Anders gezegd: beter dierenwelzijn gaat gepaard met een lagere efficiëntie en meer milieu-uitstoot op diverse parameters. (…) Als duurzaamheid zwaarder meeweegt in voedingsadviezen, betekent dit dan dat het Voedingscentrum voortaan ook expliciet gaat adviseren om, als er vlees wordt gegeten, dat dit dan vlees is zonder dierenwelzijnsconcept? En betekent dit dan verder dat als je vlees eet, dat je dat zou moeten consumeren met de laagste CO2-uitstoot, oftewel pluimveevlees?”
Oproep
De voedingsadviezen doen volgens Oplaat afbreuk ‘aan een eerlijk en volledig verhaal’. “En daar hebben consumenten recht op. Door het ene criterium (CO2-uitstoot) dominant te maken, ontstaan nieuwe tegenstrijdheden. Wij verwachten van het Voedingscentrum dat, als zij deze lijn doortrekken, de consumptie van duurzaam pluimveevlees extra hoog in de adviezen zal komen te staan”, aldus Oplaat, die het Voedingscentrum per open brief uitnodigt voor een gesprek over de keuzes en de consequenties.
Volgens Oplaat gaat het Voedingscentrum met de nieuwe adviezen volledig voorbij aan de ‘forse stappen’ die de afgelopen jaren door de Nederlandse pluimveesector zijn gezet op het gebied van dierenwelzijn. “Via onder meer het Beter Leven Keurmerk zijn stalsystemen aangepast, groeien de dieren langzamer, krijgen meer ruimte, meer afleiding en meer mogelijkheden voor natuurlijk gedrag. Deze verbeteringen zijn niet vrijblijvend geweest: ze vroegen grote investeringen van boeren en verwerkers én leiden in de praktijk tot een hogere milieu-impact per kilogram vlees”, schrijft Oplaat. “Een kip die langzamer groeit, meer beweegt en meer ruimte krijgt, eet meer voer. De zogenoemde voederconversie stijgt. Daarmee stijgt de CO2-uitstoot per kilogram product. Anders gezegd: beter dierenwelzijn gaat gepaard met een lagere efficiëntie en meer milieu-uitstoot op diverse parameters. (…) Als duurzaamheid zwaarder meeweegt in voedingsadviezen, betekent dit dan dat het Voedingscentrum voortaan ook expliciet gaat adviseren om, als er vlees wordt gegeten, dat dit dan vlees is zonder dierenwelzijnsconcept? En betekent dit dan verder dat als je vlees eet, dat je dat zou moeten consumeren met de laagste CO2-uitstoot, oftewel pluimveevlees?”
Oproep
De voedingsadviezen doen volgens Oplaat afbreuk ‘aan een eerlijk en volledig verhaal’. “En daar hebben consumenten recht op. Door het ene criterium (CO2-uitstoot) dominant te maken, ontstaan nieuwe tegenstrijdheden. Wij verwachten van het Voedingscentrum dat, als zij deze lijn doortrekken, de consumptie van duurzaam pluimveevlees extra hoog in de adviezen zal komen te staan”, aldus Oplaat, die het Voedingscentrum per open brief uitnodigt voor een gesprek over de keuzes en de consequenties.

